Administratief bijblad / dossierkaart.
Origineel
Administratief bijblad / dossierkaart. 22 juni 1942 (ingekomen) tot en met 29 juni 1942. [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 76 / 4 / 3.9 1942
DOORGEZONDEN: 22/6
[Handgeschreven tekst rechtsboven]
J. v. d. Horst
Toewijzing op 120 pond gebracht!
[Hoofdtekst, handgeschreven]
opbergen
Zaak Bamberger met Mr. Vlekke besproken. deze deelde mede dat B. toch wel een enige toewijzing heeft. Zal schriftelijk mededeelen. Jansen zal zich tot N.V.C. wenden. e.e.a. d.m.v. een ander in kennis gesteld.
[Aantekeningen rechterzijde]
642
Bamberger en L. Jansen opgeroepen.
23-6-42 de Boer
29-6-42 de Boer
~~s.v.p. adressen opvragen~~ bij N.V.C.
p 26/6 '42
[Onderste aantekeningen]
opger. p 26/6
Pr. Bamberger Westerstr. 251 II
opger 29/6
adres L. Jansen p/a v. d. hagen Prinsengracht 8 I
[Drukwerk linksonder]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 Dit document is een administratief bijblad dat fungeert als logboek voor de behandeling van een specifieke zaak gedurende één week in juni 1942.
* Onderwerp: De kern van de zaak lijkt te draaien om een "toewijzing" van goederen (gemeten in ponden). In de context van 1942 duidt dit vrijwel zeker op het distributiesysteem waarbij grondstoffen of levensmiddelen door de overheid werden toegewezen aan ondernemers of burgers.
* Communicatie: Er is overleg geweest met een jurist of functionaris ("Mr. Vlekke"). Er is sprake van onduidelijkheid over de hoogte van de toewijzing van een persoon genaamd Bamberger, wat schriftelijk bevestigd moet worden.
* N.V.C.: Dit acroniem verwijst waarschijnlijk naar de Nederlandsche Voedingsmiddelen Commissie of een vergelijkbare sectororganisatie die toezicht hield op de distributie.
* Handelingen: Het document registreert het oproepen van betrokkenen (Bamberger en Jansen) voor gesprekken op 26 en 29 juni. De ambtenaar "de Boer" lijkt de zaakbehandelaar te zijn. Het document dateert uit het midden van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was het land onderworpen aan een streng distributiestelsel vanwege schaarste aan vrijwel alle goederen. Bedrijven en individuen waren volledig afhankelijk van officiële toewijzingen om te kunnen functioneren of overleven.
De vermelde adressen (Westerstraat en Prinsengracht) bevinden zich in de Amsterdamse binnenstad. Gezien de datum (juni 1942) en de naam Bamberger, is het niet uit te sluiten dat de zaak ook een verband heeft met de toenemende vervolging van de Joodse bevolking, die in die periode systematisch werd uitgesloten van economische activiteiten en werd opgeroepen voor deportatie of tewerkstelling, hoewel de tekst hier strikt zakelijk over "toewijzingen" en "pond" spreekt. De noodzaak om "adressen op te vragen" duidt op een administratieve naspeuring. J. v. d. Horst Mr. Vlekke Bamberger L. Jansen de Boer v. d. Hagen.