Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 29 mei 1942. Directeur van het Bureau voor Sociale Zaken, Amsterdam. (Handgeschreven, linksboven in blauw potlood:)
Verzonden 2/6
(Handgeschreven, rechtsboven:)
Inspecteur
van Markten
(Getypte tekst:)
HB.
het Bureau voor Sociale Zaken,
Reguliersdwarsstraat 65-71.
Amsterdam-C.
Wijk 5,
52/47/4 M. 29 Mei 1942.
Mutaties uitgegeven plaatsen
op de dag-en weekmarkten.
Ten vervolge op mijn brief d.d. 21 April j.l. No.52/47/3 M.
doe ik U in bijlage dezes een lijst toekomen, houdende de mutaties
in de uitgegeven vaste plaatsen op de dag-en weekmarkten. Een af-
schrift van deze lijst is reeds onderhands gezonden aan de afdee-
ling O.W, Marnixstraat.
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief schrijven uit de periode van de Duitse bezetting. Het Bureau voor Sociale Zaken in Amsterdam informeert een andere instantie (mogelijk het Hoofdbureau van Politie of de centrale marktmeester) over wijzigingen ('mutaties') in de toewijzing van vaste staanplaatsen op de Amsterdamse markten.
Opvallende kenmerken:
* Referentie: Er wordt verwezen naar een eerdere brief van 21 april 1942, wat duidt op een doorlopend proces van herziening van de marktvergunningen.
* Samenwerking: Er is sprake van coördinatie met de afdeling 'O.W.' (Openbare Werken) aan de Marnixstraat.
* Bureaucratie: Het document toont de strakke administratieve controle op de economische activiteit in de stad tijdens de oorlog. De handgeschreven aantekening "Verzonden 2/6" laat zien dat de daadwerkelijke verzending enkele dagen na de datering plaatsvond. De datum van dit document (mei 1942) is historisch zeer significant. In deze periode van de Tweede Wereldoorlog intensiveerde de Duitse bezetter de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam. Een belangrijk onderdeel hiervan was het systematisch uitsluiten van Joden uit het economische leven.
Hoewel de brief neutraal spreekt over "mutaties in de uitgegeven vaste plaatsen", is de kans zeer groot dat deze wijzigingen direct verband hielden met anti-Joodse maatregelen. In 1941 en 1942 werden Joodse marktkooplieden massaal van de reguliere markten verbannen. Hun plaatsen kwamen vrij en werden ofwel opgeheven, ofwel toegewezen aan niet-Joodse handelaren. Dit document is daarmee een voorbeeld van de 'banale' bureaucratie die de logistieke afhandeling van de onteigening en uitsluiting van een specifieke bevolkingsgroep faciliteerde.