Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 6 mei 1942 (verzonden 7 mei 1942). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentedienst). Den Heer Directeur van het Bureau voor Sociale Zaken, Reguliersdwarsstraat 65-71, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven in blauwe inkt]: Verzonden 7/5
[Handgeschreven in donkere inkt]: Inspecteur [onleesbaar]
den Heer Directeur van het
Bureau voor Sociale Zaken,
Reguliersdwarsstraat 65-71,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 5.
52/67/1 M. 1 6 Mei 1942.
In bijlage dezes heb ik de eer U een lijst te doen gewor-
den van kooplieden, wien op 21 April 1942 op de verschillende dag-
en weekmarkten een voorkeurskaart voor het verkrijgen van een vaste
plaats was uitgereikt.
Voortaan zal U van de na 21 April 1942 afgegeven voorkeurs-
kaarten regelmatig mededeeling worden gedaan.
De Directeur, Deze ambtelijke correspondentie betreft de administratieve afhandeling van marktvergunningen in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is de verzending van een lijst met marktkooplieden die een zogenaamde "voorkeurskaart" hebben ontvangen voor een vaste standplaats op de stadsmarkten.
Opvallend is de strikte formele toon ("heb ik de eer U een lijst te doen geworden"). De brief dient om het Bureau voor Sociale Zaken op de hoogte te stellen van de economische status van deze kooplieden. Het bezit van een vaste standplaats was immers een indicator voor het inkomen van de betreffende personen, wat relevant was voor de sociale dienst. De brief is gedateerd op 6 mei 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de controle over het dagelijks leven in Nederland steeds verder intensiveerde. In de context van de Amsterdamse markten is deze datum cruciaal: de segregatie van Joodse burgers was toen al ver gevorderd. Sinds november 1941 mochten Joodse kooplieden alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan en waren zij verbannen van de reguliere markten.
De "voorkeurskaarten" waarover in de brief wordt gesproken, waren onderdeel van een systeem om de marktbezetting te reguleren en te 'zuiveren'. Door lijsten van erkende (niet-Joodse) kooplieden uit te wisselen tussen gemeentelijke diensten zoals de Marktdienst en Sociale Zaken, werd de administratieve controle op de bevolking en hun middelen van bestaan versterkt. Het Bureau voor Sociale Zaken in de Reguliersdwarsstraat speelde een centrale rol in het toewijzen van steun, waarbij de informatie over marktvergunningen werd gebruikt om te controleren of aanvragers wel echt behoeftig waren.
Samenvatting
Deze ambtelijke correspondentie betreft de administratieve afhandeling van marktvergunningen in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is de verzending van een lijst met marktkooplieden die een zogenaamde "voorkeurskaart" hebben ontvangen voor een vaste standplaats op de stadsmarkten.
Opvallend is de strikte formele toon ("heb ik de eer U een lijst te doen geworden"). De brief dient om het Bureau voor Sociale Zaken op de hoogte te stellen van de economische status van deze kooplieden. Het bezit van een vaste standplaats was immers een indicator voor het inkomen van de betreffende personen, wat relevant was voor de sociale dienst.
Historische Context
De brief is gedateerd op 6 mei 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de controle over het dagelijks leven in Nederland steeds verder intensiveerde. In de context van de Amsterdamse markten is deze datum cruciaal: de segregatie van Joodse burgers was toen al ver gevorderd. Sinds november 1941 mochten Joodse kooplieden alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan en waren zij verbannen van de reguliere markten.
De "voorkeurskaarten" waarover in de brief wordt gesproken, waren onderdeel van een systeem om de marktbezetting te reguleren en te 'zuiveren'. Door lijsten van erkende (niet-Joodse) kooplieden uit te wisselen tussen gemeentelijke diensten zoals de Marktdienst en Sociale Zaken, werd de administratieve controle op de bevolking en hun middelen van bestaan versterkt. Het Bureau voor Sociale Zaken in de Reguliersdwarsstraat speelde een centrale rol in het toewijzen van steun, waarbij de informatie over marktvergunningen werd gebruikt om te controleren of aanvragers wel echt behoeftig waren.