Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 14 januari 1942. Th. Boume (waarschijnlijk, de achternaam is enigszins onduidelijk). Nº 53 8 / 1 M. 1942 14/1
A’dam: 14-1-1942
Th. Boume
spoed
Weled: Heer.
Met verschuldigde.
Eerbied komt ondergetekende
tot U.
Daar ik niet in het bezit ben
van een bewierskaart, maar
wel voldoende werk kan ver-
richten kom ik steeds in
moeilijkheden met de controle
Zomede wendt ik mij tot U
dat U mij daar in bij kunt
staan om mij zoon kaart
te willen verstrekken.
En mij in de gelegenheid
te stellen om voor mijn
gezin, eerlijk het geld te
laten verdienen In deze brief verzoekt de afzender, Th. Boume, om de verstrekking van een zogenaamde "bewierskaart" (bedoeld wordt waarschijnlijk een bewijskaart of werkvergunning). De schrijver geeft aan dat hij wel werk heeft, maar door het ontbreken van dit officiële document voortdurend in de problemen komt bij controles.
De toon van de brief is uiterst onderdanig en formeel ("Met verschuldigde Eerbied"), wat gebruikelijk was in correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. De afzender benadrukt zijn wens om "eerlijk" geld te verdienen voor zijn gezin, wat duidt op een precaire financiële of juridische situatie. De aantekening "spoed" rechtsboven suggereert dat de kwestie voor de schrijver urgent is, mogelijk om tewerkstelling in Duitsland te voorkomen of om legale toegang tot rantsoenbonnen te behouden. De brief is gedateerd op 14 januari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden identiteitspapieren en werkvergunningen steeds belangrijker. De "controle" waar de schrijver naar verwijst, duidt op de verscherpte toezicht door de bezetter en de Nederlandse politie.
Zonder de juiste papieren liepen mannen het risico te worden opgepakt voor de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland). Een officiële werkvergunning of bewijskaart van lokaal werk kon dienen als vrijstelling. Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van burgers die probeerden binnen het bureaucratische systeem van de bezetting hun gezin te onderhouden. U. Politie
Samenvatting
In deze brief verzoekt de afzender, Th. Boume, om de verstrekking van een zogenaamde "bewierskaart" (bedoeld wordt waarschijnlijk een bewijskaart of werkvergunning). De schrijver geeft aan dat hij wel werk heeft, maar door het ontbreken van dit officiële document voortdurend in de problemen komt bij controles.
De toon van de brief is uiterst onderdanig en formeel ("Met verschuldigde Eerbied"), wat gebruikelijk was in correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. De afzender benadrukt zijn wens om "eerlijk" geld te verdienen voor zijn gezin, wat duidt op een precaire financiële of juridische situatie. De aantekening "spoed" rechtsboven suggereert dat de kwestie voor de schrijver urgent is, mogelijk om tewerkstelling in Duitsland te voorkomen of om legale toegang tot rantsoenbonnen te behouden.
Historische Context
De brief is gedateerd op 14 januari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden identiteitspapieren en werkvergunningen steeds belangrijker. De "controle" waar de schrijver naar verwijst, duidt op de verscherpte toezicht door de bezetter en de Nederlandse politie.
Zonder de juiste papieren liepen mannen het risico te worden opgepakt voor de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland). Een officiële werkvergunning of bewijskaart van lokaal werk kon dienen als vrijstelling. Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van burgers die probeerden binnen het bureaucratische systeem van de bezetting hun gezin te onderhouden.