Archiefdocument
Origineel
3 maart 1942. C. de Geus, Gilles van Ledenberchstraat 9-II, Amsterdam West. Directeur der Marktwezen, Amsterdam. Nº 53/26/1 M. 1942
[handgeschreven paraaf/naam in potlood: W. H. Brouwer?]
3 Maart 1942
Directeur der Marktwezen
beleefd vraag ik u om in aan-
merking te komen voor een
Aardappelen kruiers kaart voor
de Markt. klanten heeft ik al
om te kruien. ik moest Dins dag
al kruien maar aan gezien ik
geen kaart heeft kon ik de
Markt niet op. daar ik zelf
met een rickelijk gezin zit ik
hoop dat u mij Moelykheden
begrijpt waar ik in zit. En ik
kan mijn brood verdienen met
kruien. beleefd vraag ik u
spoedig bericht op deze brief
In afwachting
afz C de Geus
Gilles v Ledenbergstr 9^II
Amsterdam
West De brief is een verzoek van een Amsterdamse burger om een officiële vergunning (een 'kruierskaart') voor het vervoeren van aardappelen op de markt. De schrijver hanteert een beleefde toon, maar de spelling en grammatica duiden op een beperkte schoolopleiding (bijv. "klanten heeft ik al", "rickelijk gezin", "Moelykheden").
De kern van het betoog is van sociaal-economische aard:
1. Directe noodzaak: Hij heeft al klanten, maar mocht op de voorgaande dinsdag de markt niet op bij gebrek aan de juiste papieren.
2. Gezinssituatie: Hij vermeldt een "rickelijk" (rijkelijk/groot) gezin te hebben, een veelgebruikt argument in die tijd om urgentie aan te tonen bij officiële instanties.
3. Zelfredzaamheid: Hij benadrukt dat hij hiermee zijn eigen brood kan verdienen, wat suggereert dat hij liever werkt dan afhankelijk is van steun. Het document dateert uit maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en strenge regulering van de voedseldistributie. Markten stonden onder scherp toezicht van de Dienst der Marktwezen.
Een "kruier" was iemand die met een handkar of kruiwagen goederen transporteerde voor marktkooplui of klanten. In een tijd van brandstoftekort was handmatig transport essentieel. De Gilles van Ledenberchstraat ligt in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam-West, een typische arbeidersbuurt uit die tijd. De noodzaak voor een vergunning was in oorlogstijd extra groot, omdat men zonder papieren risico liep op boetes of beschuldigingen van zwarte handel.
Samenvatting
De brief is een verzoek van een Amsterdamse burger om een officiële vergunning (een 'kruierskaart') voor het vervoeren van aardappelen op de markt. De schrijver hanteert een beleefde toon, maar de spelling en grammatica duiden op een beperkte schoolopleiding (bijv. "klanten heeft ik al", "rickelijk gezin", "Moelykheden").
De kern van het betoog is van sociaal-economische aard:
1. Directe noodzaak: Hij heeft al klanten, maar mocht op de voorgaande dinsdag de markt niet op bij gebrek aan de juiste papieren.
2. Gezinssituatie: Hij vermeldt een "rickelijk" (rijkelijk/groot) gezin te hebben, een veelgebruikt argument in die tijd om urgentie aan te tonen bij officiële instanties.
3. Zelfredzaamheid: Hij benadrukt dat hij hiermee zijn eigen brood kan verdienen, wat suggereert dat hij liever werkt dan afhankelijk is van steun.
Historische Context
Het document dateert uit maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en strenge regulering van de voedseldistributie. Markten stonden onder scherp toezicht van de Dienst der Marktwezen.
Een "kruier" was iemand die met een handkar of kruiwagen goederen transporteerde voor marktkooplui of klanten. In een tijd van brandstoftekort was handmatig transport essentieel. De Gilles van Ledenberchstraat ligt in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam-West, een typische arbeidersbuurt uit die tijd. De noodzaak voor een vergunning was in oorlogstijd extra groot, omdat men zonder papieren risico liep op boetes of beschuldigingen van zwarte handel.