Administratieve correspondentie / memorandum.
Origineel
Administratieve correspondentie / memorandum. 28 april 1942. onderwerp
rest. entreegeld
53/50/2 M B/ w. e. m.
28/4/42
Mijne Heeren heb ik de eer U te berichten,
dat bij mijne dienst bericht is ingekomen, dat de
kooper W. v. H. Zijl (geb. Joosen), wonende
Bilderdijkkade 28 achter, met ingang van 1 April
j.l. zijn zaak heeft opgeheven in verband met zijn
gevorderden leeftijd. Zijl voornoemd had het
entreegeld ad f 4.- voor het kalenderjaar 1942 vol-
daan, en verzocht hem thans restitutie te verleenen
van het teveel betaalde, welk verzoek mij billijk
voorkomt. Indien Zijl het entreegeld per maand
had voldaan, zou hij schuldig zijn geweest 3 x f 1.-
= f 3.-, zoodat hem restitutie ware te verleenen
tot een bedrag ad f 1.- (f 4.- -/- f 3.-).
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen
bevorderen, dat aan Zijl voornoemd, op grond van het be-
paalde in art. 36 van de V. v. d. H. enz., op gronden der billijkheid door den De kern van dit document is een formeel verzoek om een gedeeltelijke terugbetaling van een zakelijke vergoeding. De heer W. v. H. Zijl, een handelaar (mogelijk op een markt, gezien de term "kooper"), heeft zijn bedrijf op 1 april 1942 beëindigd wegens zijn gevorderde leeftijd. Hij had voor dat jaar al 4 gulden aan entreegeld betaald.
De schrijver van de brief rekent voor dat, indien Zijl per maand had betaald, hij over het eerste kwartaal (januari t/m maart) 3 gulden verschuldigd zou zijn geweest. Daarom wordt voorgesteld om hem 1 gulden terug te betalen. De argumentatie hiervoor steunt zowel op een specifiek reglementair artikel (art. 36 van de "V. v. d. H.") als op het morele principe van "billijkheid" (redelijkheid). Het document dateert uit het voorjaar van 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De afkorting "V. v. d. H." staat waarschijnlijk voor een overheids- of beroepsinstantie zoals de 'Vereniging voor de Handel' of een gerelateerd bureau dat in die tijd toezicht hield op zelfstandig ondernemers.
De genoemde locatie, Bilderdijkkade 28 achter in Amsterdam, duidt op een bescheiden behuizing in een buurt die bekend stond om zijn vele handwerklieden en marktkooplieden. De brief illustreert hoe zelfs tijdens de bezetting de ambtelijke molens bleven draaien voor relatief kleine bedragen (1 gulden) en hoe formeel de correspondentie was tussen verschillende diensten.
Samenvatting
De kern van dit document is een formeel verzoek om een gedeeltelijke terugbetaling van een zakelijke vergoeding. De heer W. v. H. Zijl, een handelaar (mogelijk op een markt, gezien de term "kooper"), heeft zijn bedrijf op 1 april 1942 beëindigd wegens zijn gevorderde leeftijd. Hij had voor dat jaar al 4 gulden aan entreegeld betaald.
De schrijver van de brief rekent voor dat, indien Zijl per maand had betaald, hij over het eerste kwartaal (januari t/m maart) 3 gulden verschuldigd zou zijn geweest. Daarom wordt voorgesteld om hem 1 gulden terug te betalen. De argumentatie hiervoor steunt zowel op een specifiek reglementair artikel (art. 36 van de "V. v. d. H.") als op het morele principe van "billijkheid" (redelijkheid).
Historische Context
Het document dateert uit het voorjaar van 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De afkorting "V. v. d. H." staat waarschijnlijk voor een overheids- of beroepsinstantie zoals de 'Vereniging voor de Handel' of een gerelateerd bureau dat in die tijd toezicht hield op zelfstandig ondernemers.
De genoemde locatie, Bilderdijkkade 28 achter in Amsterdam, duidt op een bescheiden behuizing in een buurt die bekend stond om zijn vele handwerklieden en marktkooplieden. De brief illustreert hoe zelfs tijdens de bezetting de ambtelijke molens bleven draaien voor relatief kleine bedragen (1 gulden) en hoe formeel de correspondentie was tussen verschillende diensten.