Getypte brief/ambtelijk schrijven.
Origineel
Getypte brief/ambtelijk schrijven. 23 april 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gerelateerde gemeentelijke dienst). vB/HG.
53/53/2 M.
23 April 1942.
Restitutie entréegeld.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
**A l h i e r .**
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat bij mijn dienst bericht is ingekomen, dat de kooper W.F.H. Zijl, (fa.W.Goozen), wonende Bilderdijkkade 2, alhier, met ingang van 1 April jl. zijn zaak heeft opgeheven in verband met zijn gevorderden leeftijd. Zijl voornoemd had het entréegeld ad ƒ 10,- voor het kalenderjaar 1942 voldaan en verzoekt hem thans restitutie te verleenen van het te veel betaalde, welk verzoek mij billijk voorkomt.
Indien Zijl het entréegeld per maand had voldaan, zou hij schuldig zijn geweest 3 x ƒ 1,- = ƒ 3,-, zoodat hem restitutie ware te verleenen tot een bedrag ad ƒ 7,-. (ƒ 10,- - ƒ 3,-).
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat aan Zijl voornoemd, op gronden van billijkheid, ingevolge het bepaalde in artikel 36 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats en ventgelden, door den Burgemeester teruggave van betaald entréegeld wordt toegestaan tot een bedrag van ƒ 7,-.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies van een directeur aan een wethouder betreffende een verzoek om teruggave van marktgeld.
- De casus: De heer W.F.H. Zijl, een handelaar (kooper) werkzaam onder de bedrijfsnaam fa. W. Goozen, is per 1 april 1942 gestopt met zijn werkzaamheden vanwege zijn hoge leeftijd. Hij had voor het gehele jaar 1942 reeds 10 gulden aan "entréegeld" betaald om op de markt te mogen inkopen of handelen.
- De berekening: Omdat hij slechts drie maanden (januari t/m maart) actief is geweest, wordt beargumenteerd dat hij slechts 3 gulden verschuldigd zou zijn (gebaseerd op een maandtarief van 1 gulden). Hij vraagt daarom 7 gulden terug.
-
Juridische basis: De directeur beroept zich op "billijkheid" (redelijkheid) en artikel 36 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats en ventgelden. Hij adviseert de wethouder om bij de Burgemeester te bevorderen dat dit bedrag wordt uitgekeerd. Het document dateert van april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Bilderdijkkade duidt erop dat dit zich afspeelt in Amsterdam.
-
Voedselvoorziening: De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". In oorlogstijd was deze functie cruciaal vanwege de toenemende schaarste en de complexe distributie van voedsel via markten en winkels.
- Bureaucreatie: Ondanks de oorlog bleven de gemeentelijke administratieve processen en de handhaving van lokale verordeningen (zoals marktgelden) nauwgezet doorgaan. De toon is uiterst formeel ("Hiermede heb ik de eer U te berichten").
- Sociaal-economisch: Het feit dat een handelaar zijn zaak opheft wegens "gevorderden leeftijd" in 1942 suggereert een persoonlijk einde van een loopbaan in een zeer moeilijke economische periode, waarbij elke gulden aan restitutie (ƒ 7,- was destijds een substantieel bedrag voor een particulier) van belang was.