Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag) met handgeschreven kanttekeningen. 14 januari 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven, rechtsboven:] In vullen
[Handgeschreven, middenboven:] Verzonden 15/1
[Handgeschreven, linksboven:] zie lo/2s 17-1941
[Rechtsboven, getypt:] VD/HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
70/1/2 M. diverse 14 Januari 1942.
In gebruikgeving deel van
reserveterrein Centrale Markt.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 3 dezer om advies ontvangen stukken No. 402 L.M.1941 heb ik de eer U te berichten, dat het zeer waarschijnlijk is, dat binnen afzienbaren tijd geheel of grootendeels over de reserveterreinen der Centrale Markt, waarvan het bewuste sportveld deel uitmaakt, zal moeten worden beschikt. Een en ander houdt verband met de uitbreidingsplannen voor de op de Centrale Markt gevestigde veiling als gevolg van de bekende Overheidsmaatregel, waarbij alle markttuinders sedert 5 Mei 1941 zijn verplicht om hun producten via de veiling te verkoopen (thans vindt de opstelling der veilinggoederen plaats gedeeltelijk in de hal en overigens op een aantal verspreide plaatsen in de open lucht, hetgeen uiteraard een noodmaatregel is); bovendien moet met een intensiveering van den tuinbouw rondom Amsterdam – en in verband hiermede de grootere mogelijkheden voor den export – rekening worden gehouden en daarmede met een uitbreiding van de productie.
Op grond van het bovenstaande moet ik U dringend in overweging geven niet tot overdracht van het onderhavige sportveld aan de Afd. Onderwijs over te gaan.
Overigens komt mij tevens gewenscht voor, dat bij het doen van uitgaven voor eventueele verbetering van het sportveld, met het bovenstaande wordt rekening gehouden.
De Directeur, In deze brief adviseert de directeur van (vermoedelijk) de Centrale Markt de Wethouder voor de Levensmiddelen om een sportveld, dat op het reserveterrein van de markt ligt, niet over te dragen aan de Afdeling Onderwijs.
De kern van het argument is ruimtegebrek en toekomstige expansie. Door een overheidsmaatregel van 5 mei 1941 zijn alle markttuinders verplicht hun producten via de veiling te verkopen. Dit heeft geleid tot een enorme toename van de bedrijvigheid op de Centrale Markt, waardoor men nu al noodgedwongen goederen in de open lucht moet opstellen. De directeur verwacht dat de tuinbouw rondom Amsterdam verder zal intensiveren, mede met het oog op exportmogelijkheden, waardoor het gehele reserveterrein op korte termijn nodig zal zijn voor de uitbreiding van de marktfaciliteiten. Hij waarschuwt ook om geen geld meer te investeren in de verbetering van het sportveld, aangezien het terrein waarschijnlijk spoedig een andere bestemming krijgt. De brief is geschreven in januari 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde "Overheidsmaatregel" van mei 1941 waarbij veilingverkoop verplicht werd, paste in het beleid van de bezetter om de voedselvoorziening en -distributie strak te reguleren (de zgn. distributiestamkaart en de centrale controle op landbouwproducten). Door alles via centrale veilingen te laten lopen, kon de bezetter makkelijker beslag leggen op voorraden voor de eigen voedselvoorziening of voor export naar Duitsland.
De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad. De spanning tussen ruimte voor recreatie (het sportveld voor de Afdeling Onderwijs) en de noodzaak voor logistieke uitbreiding van de voedseldistributie wordt hier duidelijk zichtbaar in een ambtelijk advies. De "intensiveering van de tuinbouw" en de "exportmogelijkheden" waarover gesproken wordt, moeten gezien worden in het licht van de oorlogseconomie.