Zakelijke brief.
Origineel
Zakelijke brief. 7 september 1942. Nederlandsche Middenstandsbank N.V., Kantoor Heerengracht, Amsterdam. Directie van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam. [Briefhoofd]
NEDERLANDSCHE MIDDENSTANDSBANK N.V.
GEVESTIGD TE AMSTERDAM
TELEFOON 32226 (5 LIJNEN)
INTERCOMMUNAAL R. 0138
TELEGRAM-ADRES „MIDCRED”
AMSTERDAM (C.), 7 September 1942
HEERENGRACHT 580 - POSTBUS 853
BIJ BEANTWOORDING TE VERMELDEN
AMSTERDAMSCHE ZAKEN
R/L.
[Adressering]
Aan de Directie van het Marktwezen
A M S T E R D A M
Jan van Galenstraat
[Inhoud]
Mijne Heeren,
Naar aanleiding van het door ons ontvangen concept-huurcontract voor een kantoorlokaal in de hal van de Centrale Markt, deelen wij U mede, dat wij ons in algemeenen zin bij Uwe voorwaarden kunnen neerleggen.
Hoewel wij ons bezwaard gevoelen door den in art. 9 bepaalden opzeggingstermijn Uwerzijds van 3 maand, welke in feite den in de vorige artikelen genoemden huur- en optietermijn ongedaan maakt, willen wij aannemen dat het niet in de bedoeling van verhuurster ligt anders dan in noodgevallen van haar recht tot tusschentijdsche opzegging gebruik te maken en dat verhuurster ons alsdan met de voortzetting van ons bedrijf op een ander punt van de Centrale Markt in elk opzicht ter wille zal zijn. Ook willen wij aannemen, dat de Gemeente ons haar medewerking zal geven bij een tusschentijdsche beeindiging van het huurcontract indien door onvoorziene maatregelen buiten onze schuld onze werkzaamheid en/of aanwezigheid op de Centrale Markt volkomen overbodig mocht worden.
Tenslotte maken wij U er op attent, dat wij domicilie houden aan de Heerengracht 580 en niet aan de Keizersgracht 508, terwijl in het contract het "huurderesse" beter kan worden vervangen door "huurster". Wat dit laatste betreft zal vermoedelijk ook in art. 4 voor het woord "Burgemeester" de aanduiding "verhuurster" moeten worden gelezen.
Het definitieve contract zien wij gaarne tegemoet en wij teekenen inmiddels,
Hoogachtend,
NEDERLANDSCHE MIDDENSTANDSBANK
Kantoor Heerengracht
[Handtekening] In deze brief reageert de Nederlandsche Middenstandsbank (NMB) op een concept-huurcontract voor een kantoorruimte in de Centrale Markthal in Amsterdam. De bank gaat in grote lijnen akkoord, maar maakt drie belangrijke kanttekeningen:
- Opzeggingstermijn: De bank maakt bezwaar tegen een eenzijdige opzegtermijn van drie maanden door de verhuurder (de Gemeente Amsterdam), omdat dit de zekerheid van de overeengekomen huurtermijn ondermijnt.
- Onvoorziene omstandigheden: De bank vraagt om coulance bij eventuele gedwongen beëindiging door "onvoorziene maatregelen". Gezien de datum (september 1942) is dit zeer waarschijnlijk een eufemisme voor de ingrijpende gevolgen van de Duitse bezetting, zoals het wegvallen van klandizie door deportaties of economische gelijkschakeling.
- Correcties: De bank corrigeert haar eigen adres en stelt tekstuele wijzigingen voor in het contract (zoals de term "huurster" in plaats van "huurderesse"). De brief dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was in die tijd een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening van Amsterdam. De Nederlandsche Middenstandsbank (een voorloper van de huidige ING) richtte zich specifiek op kleine ondernemers en middenstanders.
De passage over "onvoorziene maatregelen buiten onze schuld" is historisch saillant. In 1942 was de uitsluiting van Joodse ondernemers uit het economische leven in volle gang. Als veel klanten van een bankfiliaal hun bedrijf moesten sluiten of werden weggevoerd, verloor het kantoor zijn bestaansrecht. De bank probeert zich hier juridisch in te dekken tegen de onzekere politieke en economische situatie van het bezettingsjaar 1942. Gemeente Amsterdam Marktwezen