Brief / Ambtelijk rapport
Origineel
Brief / Ambtelijk rapport 4 februari 1943 Onbekend (waarschijnlijk een specifieke afdeling van de Gemeente Amsterdam, gezien de adressering aan het Raadhuis) Den Heer Burgemeester van Amsterdam VD/HB.
den Heer Burgemeester van
Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r .
70/3/2 M. 4 Februari 1943.
Verkoop Reserve-
terrein Centrale Markt.
Ingevolge Uw opdracht hebben ondergeteekenden de eer U het volgende te berichten.
In verband met een aanvraag van de fa. A.J.F. Sijbrands, Electrische huis- en constructie smederij, optredende voor de firma Luycks, om 20.000 m2 terrein op de Centrale Markt te mogen aankoopen, heeft genoemde Sijbrands aanvankelijk zijn aandacht laten vallen op een terreinstuk aan de Westzijde der Centrale Markt, ten Zuiden van de Gemeentelijke Wasscherij, welk terreinstuk aan water grenst, maar tevens direct aansluit aan het thans in gebruik zijnde marktterrein.
Stukken van het reserveterrein der Centrale Markt, welke onmiddellijk grenzen aan het thans in gebruik zijnde marktterrein komen zeker niet voor vervreemding in aanmerking. Daarom is nader overwogen of wellicht een terreinstrook grenzende aan den Haarlemmerweg tusschen Maggifabriek en "Vredenhof" voor verkoop in aanmerking zou komen, hoewel dit terrein niet direct aan water grenst. Bij het uitzetten op de teekening is evenwel gebleken, dat de onderhavige verkoop een zoodanig groot stuk van het reserveterrein in beslag zou nemen, dat wij het niet verantwoord achten, dit blijvend van het reserveterrein af te [breuk in tekst/einde pagina]
(Opmerking: De tekst onderaan het document is 'ghost text' of doorslag van een andere pagina en behoort niet tot de leesbare briefinhoud van deze zijde.) Het document betreft een ambtelijk advies aan de Burgemeester van Amsterdam over een verzoek tot grondverkoop. De firma Luycks (bekend van de mosterd en het tafelzuur), vertegenwoordigd door de firma Sijbrands, wil 20.000 vierkante meter grond kopen op het terrein van de Centrale Markt voor uitbreiding of vestiging.
De ambtenaren adviseren negatief over de eerste voorkeurslocatie (nabij de Gemeentelijke Wasserij), omdat dit terrein te essentieel is voor de dagelijkse marktactiviteiten. Een alternatieve locatie nabij de Haarlemmerweg (tussen de Maggi-fabriek en begraafplaats Vredenhof) wordt ook onderzocht, maar hierover is men eveneens sceptisch omdat het een te groot beslag legt op de strategische reservegronden van de gemeente. De brief weerspiegelt het spanningsveld tussen industriële expansie en gemeentelijke ruimtelijke planning. Dit document is gedateerd op 4 februari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. Amsterdam stond op dat moment onder Duits bestuur, met de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris/burgemeester Edward Voûte aan het hoofd.
Hoewel de oorlog in volle gang was, gingen de reguliere administratieve processen met betrekking tot stadsplanning en economische bedrijvigheid door. De Centrale Markthallen waren in deze periode van cruciaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. De firma Luycks was een gevestigd Amsterdams bedrijf (oorspronkelijk gevestigd aan de Prinsengracht en later in Diemen/Amsterdam-West). De genoemde locaties, zoals de Maggifabriek en de begraafplaats Vredenhof, zijn nog steeds herkenbare geografische punten in Amsterdam-West. De brief illustreert hoe de gemeente, zelfs onder bezetting, vasthield aan strikte regels wat betreft het "vervreemden" (verkopen) van strategische reserveterreinen.