Dienstbrief / Rapportage
Origineel
Dienstbrief / Rapportage 30 september 1942 Hoofdbureau van Politie Amsterdam (namens de Hoofdcommissaris door de Commissaris van Politie toegevoegd voor de Administratie, A. van IJsendijk) De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam [Links boven:]
HOOFDBUREAU VAN POLITIE
———
Dict.Bo/vdMa.
Lr. S. No. 5141/1942.
Doss. S.I
[Rechts boven:]
Amsterdam-C., 30 September 194 2.
[Kader:] Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.
[Rechtsboven handgeschreven:] 112 [onderstreept]
[Grote paarse/blauwe stempel met handgeschreven invulling:]
Nº 7²/₃ / 7 M. 1942 ²/₁₀
[Rechtsboven handgeschreven:] debl [?]
[Inhoud:]
Ik heb de eer UEdelGestreng te berichten, dat door het politiepersoneel in de maanden Juli en Augustus 1942, resp. 37 en 55 processen-verbaal werden opgemaakt terzake overtreding van de Verordening op het venten.
[Links midden, handgeschreven aantekening:]
Coll.: 4 / 7 [met verticale streep]
[Rechts midden, blauwe stempels en handtekening:]
DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE,
namens dezen
De Commissaris van Politie
toegevoegd voor de Administratie
[Handtekening van A. van IJsendijk]
A. VAN IJSENDIJK.
[Links onder:]
Aan
den Heer Directeur
van het Marktwezen,
A l h i e r.-
[Onderrand:]
M 72 - 10000-8-42 K 9665 Het document is een formeel administratief schrijven van de Amsterdamse politie aan de directeur van het Marktwezen. De kern van de boodschap is een statistische mededeling: in juli 1942 werden er 37 processen-verbaal (PV's) opgemaakt voor illegaal venten, en in augustus 1942 steeg dit aantal naar 55.
De stijl is uiterst formeel en ambtelijk, zoals blijkt uit de aanhef "UEdelGestreng" (een titulatuur die destijds gebruikelijk was voor hogere ambtenaren). Het document is voorzien van diverse archiefkenmerken (dossiernummers, data en stempels), wat wijst op een strakke bureaucratische afhandeling. De ondertekening geschiedt door A. van IJsendijk, die optreedt namens de Hoofdcommissaris van Politie. Dit document stamt uit september 1942, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. Tijdens de bezetting was de controle op de economie en de voedselvoorziening streng. De "Verordening op het venten" regelde wie waar en wanneer goederen op straat mocht verkopen.
De toename van het aantal processen-verbaal van juli naar augustus 1942 kan wijzen op een verscherping van de controles door de politie, of op een toename van illegale straathandel als gevolg van toenemende schaarste en distributiemaatregelen. In deze periode werden ook specifiek Joodse marktkooplieden en venters steeds verder uit het economische leven verdrongen door discriminerende maatregelen van de bezetter, hoewel dit specifieke document daar niet expliciet melding van maakt. Het document illustreert hoe de reguliere politieorganisatie tijdens de oorlog de lokale verordeningen bleef handhaven binnen het kader van de algemene bezettingsadministratie.