Doorslag van een getypte brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (ambtelijke correspondentie). 10 maart 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). [Linksboven, handgeschreven:] 77/2/41 M.
[Middenboven:] VD/HG.
[Middenboven, handgeschreven:] Verzonden 11/3
[Rechtsboven, handgeschreven parafen/namen:] M. Sieburgh [?] / G. Broeke [?]
10 Maart 1942.
Straf grossier C.de Jong
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de groothandelaar C.de Jong, die op de Centrale Markt is gevestigd in pakhuis Hal 20, wegens prijsopdrijving door den Inspecteur voor de Prijsbeheersching onder andere is veroordeeld tot sluiting van zijn bedrijf en stillegging van de bedrijfsmiddelen voor den tijd van één jaar, ingaande op 9 Maart 1942.
Gedurende dien tijd moet aan De Jong en aan zijn personeel de toegang tot de Centrale Markt worden ontzegd. Ik moge hierbij herinneren aan het Besluit van den Burgemeester d.d. 6 Februari 1942 No.193 L.M., waarbij aan artikel 35 een nieuwe, derde, alinea is toegevoegd, luidende:
"Degene, die door de bevoegde instanties wegens prijsopdrijving gestraft is met sluiting van zijn zaak in aardappelen en/of groente en/of fruit wordt gedurende die sluiting geen toegang tot de Centrale Markt verleend."
Naar mijn meening is de redactie van deze bepaling zoodanig, dat in den vervolge in voorkomende gevallen geen afzonderlijk Besluit voor de uitsluiting van de Centrale Markt door den Burgemeester behoeft te worden genomen, zoodat ik aan de betreffende personen zonder meer kan mededeelen, dat zij, gedurende de periode van sluiting hunner zaak geen toegang tot de Centrale Markt hebben.
Ik verzoek U beleefd mij te willen berichten, of deze zienswijze juist is; in dat geval zal ik De Jong schriftelijk van een en ander mededeeling doen.
De Directeur, * Inhoud: De directeur van de Centrale Markt rapporteert over de veroordeling van groothandelaar C. de Jong. De Jong is schuldig bevonden aan "prijsopdrijving" (het illegaal verhogen van prijzen boven de vastgestelde maxima) en zijn zaak in Hal 20 is voor een jaar gesloten. De directeur zoekt bevestiging over een procedurele kwestie: of een recente wijziging in het marktreglement (het Besluit van de Burgemeester van 6 februari 1942) betekent dat hij handelaren die gestraft zijn voor prijsopdrijving direct de toegang tot de markt mag ontzeggen, zonder dat daar per individueel geval een nieuw officieel besluit van de Burgemeester voor nodig is.
* Juridische context: Er wordt verwezen naar een specifieke toevoeging aan artikel 35 van de marktverordening. Dit duidt op een verscherping van de handhaving en een bureaucratische stroomlijning om "oorlogswinstmakers" of overtreders van de prijsvoorschriften effectiever aan te pakken.
* Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd verzoeken"). De spelling is conform de toen geldende normen (zoals "zoodanig", "dien tijd"). Dit document stamt uit het voorjaar van 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselsituatie was in deze periode nijpend en de distributie werd streng gecontroleerd. "Prijsopdrijving" werd door zowel de Nederlandse autoriteiten (onder toezicht van de bezetter) als de Duitse autoriteiten zwaar gestraft, omdat het de officiële rantsoenering en prijsbeheersing ondermijnde en sociale onrust kon veroorzaken.
De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center lokatie in West) was de spil in de voedselvoorziening van de stad. Toegangsverboden tot dit terrein betekenden in feite het einde van de beroepsuitoefening voor de betrokken handelaren. Het document illustreert hoe het ambtelijk apparaat in oorlogstijd functioneerde om economische delicten te bestraffen en hoe de uitvoerende macht (de directeur van de markt) probeerde de procedures te vergemakkelijken.