Handgeschreven ambtelijke of zakelijke notitie/memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke of zakelijke notitie/memo. 10 maart 1942. (In de linkermarge: L Gebner)
v/ Fa Beugel berichtte
dat volgens onze administratie
aan C. de Jong (jr?) - Adm. de
Ruyterweg [sedert --
als [k?] van de fa Beugel
toegang heeft tot ons.
Zou echter ook beter de Jong
noemen (niets uitstaande
zakelijk
met C. de Jong te gevestigd
dat -- wonende Adm. de Ruyter-
weg Gebner ,
[doorgestreept: welken die met --]
door Insp. Duyfhuizen
wegens overschrijding man zegt
is gekocht met
10/3 '42
[paraaf] Het document is een kort, zakelijk memorandum waarin verslag wordt gedaan van een melding door de Firma Beugel. De kern van de notitie betreft C. de Jong (mogelijk 'junior'), die woonachtig is aan de Admiraal de Ruyterweg. Er is sprake van een inspectie door een zekere Inspecteur Duyfhuizen naar aanleiding van een "overschrijding" (vermoedelijk van prijsvoorschriften of distributieregels).
De schrijver merkt op dat er zakelijk gezien "niets uitstaande" is met De Jong, maar refereert aan een verklaring ("man zegt") over een aankoop. De naam "L. Gebner" in de kantlijn en de tekst suggereert dat deze persoon de centrale figuur is in het dossier of de aanleiding voor het onderzoek. Het handschrift is gehaast en bevat typische ambtelijke afkortingen uit die periode. De datum van de notitie, 10 maart 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een streng toezicht op de economie door instanties zoals de Crisis Controledienst (CCD) en de Gemachtigde voor de Prijzen. De term "overschrijding" duidt in deze context vaak op prijsopdrijving of handel buiten de officiële distributiekanalen om (zwarte markt). De Admiraal de Ruyterweg is een bekende straat in Amsterdam-West, een buurt waar in die tijd veel kleine ondernemers en handelaren gevestigd waren die onder scherp toezicht stonden van de bezettingsautoriteiten en de Nederlandse economische politie. C. de Jong Duyfhuizen (Inspecteur) Duyfhuizen naar (Inspecteur) L. Gebner Politie
Samenvatting
Het document is een kort, zakelijk memorandum waarin verslag wordt gedaan van een melding door de Firma Beugel. De kern van de notitie betreft C. de Jong (mogelijk 'junior'), die woonachtig is aan de Admiraal de Ruyterweg. Er is sprake van een inspectie door een zekere Inspecteur Duyfhuizen naar aanleiding van een "overschrijding" (vermoedelijk van prijsvoorschriften of distributieregels).
De schrijver merkt op dat er zakelijk gezien "niets uitstaande" is met De Jong, maar refereert aan een verklaring ("man zegt") over een aankoop. De naam "L. Gebner" in de kantlijn en de tekst suggereert dat deze persoon de centrale figuur is in het dossier of de aanleiding voor het onderzoek. Het handschrift is gehaast en bevat typische ambtelijke afkortingen uit die periode.
Historische Context
De datum van de notitie, 10 maart 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een streng toezicht op de economie door instanties zoals de Crisis Controledienst (CCD) en de Gemachtigde voor de Prijzen. De term "overschrijding" duidt in deze context vaak op prijsopdrijving of handel buiten de officiële distributiekanalen om (zwarte markt). De Admiraal de Ruyterweg is een bekende straat in Amsterdam-West, een buurt waar in die tijd veel kleine ondernemers en handelaren gevestigd waren die onder scherp toezicht stonden van de bezettingsautoriteiten en de Nederlandse economische politie.