Handgeschreven notitie / getuigenverklaring.
Origineel
Handgeschreven notitie / getuigenverklaring. 20 juli 1942 (genoteerd als 20/7-'42). Mevr: A. Schoonwater, Overtoom 95$^a$ II
20/7-'42 verklaart te hebben gezien dat J.$^F$ Onshof, die in de
kost woont m. v. Onshof, Baarsjesweg 101
aardappelen heeft gehaald op Overtoom.
Aardappelen had hij voor kennissen. Hij niet. Deze notitie lijkt een korte weergave van een getuigenis of een rapportage over het illegaal verkrijgen van aardappelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Mevrouw Schoonwater, woonachtig aan de Overtoom 95a (tweede verdieping), verklaart dat zij een zekere F. Onshof aardappelen heeft zien halen op de Overtoom. Onshof woonde op dat moment in de kost bij een familielid (mogelijk vader of echtgenote, aangeduid met 'v.') aan de Baarsjesweg 101. De laatste regel verduidelijkt de verklaring van Onshof zelf: hij zou de aardappelen voor kennissen hebben gehaald en niet voor eigen gebruik. De superscriptie 'F' boven de 'J' suggereert een latere correctie van de voorletter van de betrokkene. In juli 1942 was de voedseldistributie in het bezette Nederland al strikt gereguleerd. Aardappelen waren op de bon en de handel buiten het officiële distributiesysteem om (de zwarte markt) werd streng gecontroleerd door de Crisis Controledienst (CCD) en de politie. Het 'halen' van aardappelen buiten de reguliere winkeltijden of zonder geldige bonnen was reden voor argwaan en kon leiden tot vervolging. Dergelijke briefjes werden vaak opgesteld door ambtenaren of politieagenten na een melding van een burger, of dienden als interne notitie voor verder onderzoek naar economische delicten. De genoemde locaties (Overtoom en Baarsjesweg) liggen in Amsterdam-West. Mevr. A. Schoonwater J. (gecorrigeerd naar F.) Onshof. Politie
Samenvatting
Deze notitie lijkt een korte weergave van een getuigenis of een rapportage over het illegaal verkrijgen van aardappelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Mevrouw Schoonwater, woonachtig aan de Overtoom 95a (tweede verdieping), verklaart dat zij een zekere F. Onshof aardappelen heeft zien halen op de Overtoom. Onshof woonde op dat moment in de kost bij een familielid (mogelijk vader of echtgenote, aangeduid met 'v.') aan de Baarsjesweg 101. De laatste regel verduidelijkt de verklaring van Onshof zelf: hij zou de aardappelen voor kennissen hebben gehaald en niet voor eigen gebruik. De superscriptie 'F' boven de 'J' suggereert een latere correctie van de voorletter van de betrokkene.
Historische Context
In juli 1942 was de voedseldistributie in het bezette Nederland al strikt gereguleerd. Aardappelen waren op de bon en de handel buiten het officiële distributiesysteem om (de zwarte markt) werd streng gecontroleerd door de Crisis Controledienst (CCD) en de politie. Het 'halen' van aardappelen buiten de reguliere winkeltijden of zonder geldige bonnen was reden voor argwaan en kon leiden tot vervolging. Dergelijke briefjes werden vaak opgesteld door ambtenaren of politieagenten na een melding van een burger, of dienden als interne notitie voor verder onderzoek naar economische delicten. De genoemde locaties (Overtoom en Baarsjesweg) liggen in Amsterdam-West.