Brief (fragment of kopie van een verzoekschrift).
Origineel
Brief (fragment of kopie van een verzoekschrift). die niemand 68 jaar zou geven, is
nu een ouden man die zwaar onder zorgen
gebukt gaat.
Als een man die zijn geheele leven
in een bedrijf heeft gewerkt hetwelk van
s’morgens vroeg tot s’avonds laat den geheelen
mensch eischt, is hij thans geworden iemand
die met zijn energie en arbeidslust geen
raad weet.
Het is daarom dat wij ons gewend
hebben tot den heer Inspecteur van den
Prijsbeheersching, welke wij de vraag hebben
voorgelegd of het niet mogelijk zou zijn
vader toestemming te verleenen de Centrale
Markthallen te mogen bezoeken.
Den Heer Inspecteur deelde echter
mede dat dit geen aangelegenheid van zijn
dienst betrof, maar dat uitsluitend
den Directeur van het Centrale Marktwezen
hierover een beslissing had te nemen.
Ik wend mij dus thans tot Uw met
het vriendelijke verzoek Vader toestemming
te willen verleenen de Markt te mogen
betreden, niet om zaken te doen of te
handelen, maar uitsluitend om oude
kennissen te kunnen zien en spreken,
en bovenal om zijn zoon te bezoeken
welke hij door de drukke werkzaamheden waar-
deze in verkeeren zelden of nooit thuis kon
ontmoeten. De schrijver van deze brief verzoekt om een uitzonderingspositie voor zijn of haar 68-jarige vader. De vader, een man die zijn hele leven extreem hard gewerkt heeft, kwijnt momenteel weg door een gebrek aan dagbesteding en sociale contacten. De brief is een formeel rekest aan de Directeur van het Centrale Marktwezen.
Opvallend is de nadruk die wordt gelegd op het feit dat het verzoek geen commercieel doel dient. In een tijd van schaarste en strenge regulering was het betreden van een groothandelsmarkt zonder zakelijke noodzaak waarschijnlijk strikt verboden om zwarte handel tegen te gaan. De schrijver probeert de autoriteiten te overtuigen door te appelleren aan het menselijke aspect: het welzijn van een gepensioneerde en de behoefte om zijn zoon te zien, die blijkbaar zo hard werkt op de markt dat hij thuis nooit aanwezig is. De verwijzing naar de "Inspecteur van den Prijsbeheersching" plaatst dit document zeer waarschijnlijk in de periode van de Tweede Wereldoorlog of de directe nasleep daarvan (de jaren '40). De Rijksdienst voor de Prijsbeheersching hield scherp toezicht op de handel in levensmiddelen. De "Centrale Markthallen" verwijst naar het marktterrein in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center Amsterdam), dat destijds een afgesloten terrein was waar strenge toegangscontroles golden. De brief illustreert de verregaande invloed van bureaucracie op het persoonlijke leven in die periode. Marktwezen