Ambtelijk afschrift of conceptnotitie op een voorgedrukt formulier ("Bijblad").
Origineel
Ambtelijk afschrift of conceptnotitie op een voorgedrukt formulier ("Bijblad"). [Stempel linksboven:]
B. IJ B L A D V A N :
M. No. 77/2/63 194 2
DOORGEZONDEN: 8/5-'42
[In rood potlood diagonaal over de tekst:]
77/2/6617
[Handgeschreven notitie bovenaan:]
Kan geen aanleiding vinden om
aan Bm van A. voor te stellen tgn aanzien
vader Smeerdijk ontruimingsmaatreg.
te nemen.
21/5 - '42 [Paraaf]
[Hoofdtekst:]
Den Heer L. J. Smeerdijk
Centrale Markten C. G.
Naar aanl. een brief d.d. 6 mei j.l. door
U als eerste onderteekend, bericht ik U,
dat ik geen aanleiding kan vinden den heer Burger-
meester van Amstelveen voor te stellen ten
aanzien van Uw vader W. Smeerdijk ontrui-
mingsmaatregelen te nemen.
w.g. [Paraaf]
[Onderaan links voorgedrukt:]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 * Schrifttype: Het document is geschreven in een vlot, ambtelijk lopend handschrift (littera cursiva) dat typerend is voor de eerste helft van de 20e eeuw in Nederland.
* Inhoud: Het betreft een afwijzing van een verzoek. L.J. Smeerdijk had op 6 mei 1942 een brief gestuurd (mogelijk een petitie, aangezien hij de "eerste onderteekenaar" was). Hierin werd blijkbaar gevraagd om in te grijpen bij de burgemeester van Amstelveen ("Bm van A.") met betrekking tot zijn vader, W. Smeerdijk. De ambtenaar stelt vast dat er geen aanleiding is om "ontruimingsmaatregelen" voor te stellen.
* Terminologie: "w.g." staat voor 'was getekend', wat aangeeft dat dit een kopie of doorslag is van de verzonden brief. De afkorting "tgn" of "ten" aanzien en "ontruimingsmaatreg." zijn standaard administratieve verkortingen. * Historische context: De datum (mei 1942) is zeer significant. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. In deze specifieke maand werden de anti-Joodse maatregelen sterk opgevoerd (de Jodenster werd op 3 mei 1942 verplicht).
* Interpretatie: De term "ontruimingsmaatregelen" had in 1942 vaak een beladen betekenis, refererend aan de gedwongen verhuizing of deportatie van Joodse burgers. Het feit dat de brief gericht is aan iemand op de "Centrale Markten" (Amsterdam) en een persoon in Amstelveen betreft, suggereert een link met de Joodse geschiedenis van deze regio. De weigering om maatregelen voor te stellen kan in deze context duiden op een ambtelijke onwil om te interveniëren in lopende bezettingsmaatregelen, of paradoxaal genoeg juist op een (tijdelijke) handhaving van de status quo voor de betreffende persoon.
* Instelling: Het formulier "Alg. Zaken-Model No. 14" wijst op correspondentie van een gemeentelijke of provinciale afdeling Algemene Zaken. G.
Samenvatting
- Schrifttype: Het document is geschreven in een vlot, ambtelijk lopend handschrift (littera cursiva) dat typerend is voor de eerste helft van de 20e eeuw in Nederland.
- Inhoud: Het betreft een afwijzing van een verzoek. L.J. Smeerdijk had op 6 mei 1942 een brief gestuurd (mogelijk een petitie, aangezien hij de "eerste onderteekenaar" was). Hierin werd blijkbaar gevraagd om in te grijpen bij de burgemeester van Amstelveen ("Bm van A.") met betrekking tot zijn vader, W. Smeerdijk. De ambtenaar stelt vast dat er geen aanleiding is om "ontruimingsmaatregelen" voor te stellen.
- Terminologie: "w.g." staat voor 'was getekend', wat aangeeft dat dit een kopie of doorslag is van de verzonden brief. De afkorting "tgn" of "ten" aanzien en "ontruimingsmaatreg." zijn standaard administratieve verkortingen.
Historische Context
- Historische context: De datum (mei 1942) is zeer significant. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. In deze specifieke maand werden de anti-Joodse maatregelen sterk opgevoerd (de Jodenster werd op 3 mei 1942 verplicht).
- Interpretatie: De term "ontruimingsmaatregelen" had in 1942 vaak een beladen betekenis, refererend aan de gedwongen verhuizing of deportatie van Joodse burgers. Het feit dat de brief gericht is aan iemand op de "Centrale Markten" (Amsterdam) en een persoon in Amstelveen betreft, suggereert een link met de Joodse geschiedenis van deze regio. De weigering om maatregelen voor te stellen kan in deze context duiden op een ambtelijke onwil om te interveniëren in lopende bezettingsmaatregelen, of paradoxaal genoeg juist op een (tijdelijke) handhaving van de status quo voor de betreffende persoon.
- Instelling: Het formulier "Alg. Zaken-Model No. 14" wijst op correspondentie van een gemeentelijke of provinciale afdeling Algemene Zaken.