Archiefdocument
Origineel
13 mei 1942. [Gedrukte en getypte tekst]
Inspectie voor de Prijsbeheersching
te Amsterdam
—————
AMSTERDAM Z., 13 Mei 1942.
EMMASTRAAT 35, TELEFOON 21433, POSTGIRO 408874
No. 5684
Dict.: Bs/JK.
Dossier no. 15.024, 15.025, 15.027/8
Betreft:
Bijlagen: 3
[Kader rechtsboven:] Gelieve in Uw antwoord: nummer, datum en dossiernummer volledig te vermelden.
Ingesloten doe ik U toekomen copie tuchtbeschikkingen tegen B.A. Pouw te Badhoevedorp, H. Th. Papavoine te Amsterdam en J. Richter te Amsterdam, welke door mij tot sluiting van hun zaken etc. zijn veroordeeld.
Ik verzoek U hiermede het noodige te willen verrichten.
DE INSPECTEUR VOOR
DE PRIJSBEHEERSCHING.
voor dezen:
Het Hoofd der Afd. Administratie —
[Handtekening: onleesbaar]
Centrale Markthallen,
Jan van Galenstraat,
Amsterdam.
[Handgeschreven aantekeningen en stempels]
- Bovenzijde (diagonaal): Spoed Dit H. Slag... (?) gev. aan hr. Sieb. Th. Brouwer
- Linkermarge: tuchtbeschikking Papavoine op 25/5 '42 ter inzage gest. bij aan den Heer Brouwer
- Stempel onderzijde: № 77/2/64 M. 1942 15/5 [waarbij '15/5' handgeschreven is]
- Linkeronderhoek: K 134
- Rechteronderhoek: [Drie paarse zegels/etiketten met nummers 243, 244, 245] Dit document is een officiële begeleidende brief van de Inspectie voor de Prijsbeheersing aan de directie van de Centrale Markthallen in Amsterdam. De kern van de boodschap is de uitvoering van strafmaatregelen tegen drie handelaren (Pouw, Papavoine en Richter). De straf voor de overtreding van prijsvoorschriften is de gedwongen sluiting van hun ondernemingen. De Inspectie vraagt de Markthallen om "het nodige te verrichten", wat impliceert dat de Markthallen de toegang van deze personen tot de markt moeten blokkeren of de feitelijke sluiting van hun stalletjes/bedrijven binnen het marktcomplex moeten handhaven. De handgeschreven kantlijnnotities tonen de interne afhandeling binnen de administratie van de Markthallen aan, waarbij het document met spoed is doorgeleid naar een "Heer Brouwer" ter inzage. Het document dateert van mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De "Inspectie voor de Prijsbeheersching" was een cruciaal orgaan in de oorlogseconomie. Vanwege de schaarste aan goederen stelde de overheid (onder toezicht van de bezetter) maximumprijzen vast om inflatie en woekerwinsten op de zwarte markt tegen te gaan. Overtredingen van deze prijsvoorschriften werden streng bestraft met "tuchtbeschikkingen". De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat vormden de spil van de voedseldistributie in Amsterdam; uitsluiting van deze markt betekende voor een handelaar effectief het einde van zijn legale beroepsuitoefening. Dit type documenten illustreert de stringente controle op de economie en de dagelijkse overlevingsstrijd van ondernemers in bezettingstijd.