Tuchtbeschikking (tuchtrechtelijke uitspraak).
Origineel
Tuchtbeschikking (tuchtrechtelijke uitspraak). 19 november 1942. HEEFT GOEDGEVONDEN :
den verdachte te veroordeelen tot betaling van een geldboete van: Fl. 500.--
(vijfhonderd gulden)
~~verbeurd te verklaren de bij proces-verbaal van den 194~~
~~inbeslaggenomen goederen ;~~
te-bepalen,-dat-
de sluiting van het bedrijf van verdachte en stillegging van de bedrijfsmiddelen te bevelen voor den tijd van één jaar, ingaande op den vijftienden dag na dien der uitreiking dezer tuchtbeschikking en het Hoofd der Politie der Gemeente Haarlemmermeer op te dragen om de sluiting voor ieder kenbaar te maken door aanplakking van deze maatregel op een in het oog vallende plaats bij de toegang van het perceel, waarin verdachte zijn bedrijf uitoefent, alsmede om nauwgezet te waken tegen en de opsporing te bevorderen van de overtredingen, genoemd in artikel 10 van het Prijsbeheersingsbesluit;
verdachte te verbieden om gedurende een jaar middellijk of onmiddellijk in den groenten, fruit en aardapplehandel werkzaam te zijn, welke straf gelijktijdig met die, in de voorgaande alinea bedoeld, zal beginnen te werken;
den verdachte te veroordeelen in de kosten ten beloope van Fl. 125.--, berekend overeenkomstig de bepalingen van het "Tarief voor Tuchtstrafproceskosten" dd. 23 Januari 1942.
AMSTERDAM, den 19den November 194 2
De Inspecteur voornoemd,
w.g. Mr. R.E. Hattink.
Toegevoegd Inspecteur.
BETALING van de opgelegde boete moet geschieden binnen acht dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking door storting of overschrijving op postrekening No. 408.874 van voormelden Inspecteur. Bij gebreke hiervan volgt tenuitvoerlegging der tuchtbeschikking.
BEROEP tegen tuchtbeschikkingen is mogelijk :
a. indien is opgelegd een geldboete van meer dan f 500.—, al of niet met een bijkomende straf;
b. indien is opgelegd een geldboete van f 500.— of minder, mits daarbij een bijkomende straf is opgelegd, uitgezonderd de bijkomende straf van openbaarmaking.
Beroep moet binnen veertien dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking worden ingesteld bij een door den veroordeelde onderteekend beroepschrift, hetwelk moet worden ingediend bij den Gemachtigde voor de Prijzen te 's-Gravenhage of bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersing, door wien de beschikking in eersten aanleg genomen werd.
K 1049 * Juridische aard: Het betreft een administratief-rechtelijke sanctie opgelegd door een inspecteur, niet door een reguliere rechter. Dit type 'tuchtrecht' werd tijdens de bezetting intensief gebruikt voor economische delicten.
* Sancties: De strafmaat is aanzienlijk:
1. Een geldboete van 500 gulden (een groot bedrag in 1942).
2. Gedwongen sluiting van het bedrijf voor één jaar.
3. Een beroepsverbod van één jaar in de groente-, fruit- en aardappelhandel.
4. Publieke bekendmaking van de straf door middel van aanplakking op het pand.
* Staat van het document: Het document is een standaardformulier waarbij specifieke straffen zijn getypt. De passage over verbeurdverklaring van goederen is doorgehaald, wat aangeeft dat dit in deze specifieke zaak niet van toepassing was.
* Locatie delict: Hoewel getekend in Amsterdam, blijkt uit de instructie aan de politie dat het bedrijf gevestigd was in de gemeente Haarlemmermeer. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Om de oorlogseconomie te beheersen en schaarste te reguleren, stelde de bezetter (en de collaborerende administratie) strikte prijscontroles in.
De "Inspectie voor de Prijsbeheersing" was belast met de opsporing van prijsopdrijving en zwarte handel. Overtredingen werden vaak niet via het reguliere strafrecht, maar via 'tuchtrechtelijke' weg afgehandeld. Dit was sneller en bood minder rechtsbescherming aan de verdachte. De zware straffen, zoals het jaar lang stilleggen van een bedrijf en het publiekelijk te schande zetten van de ondernemer, waren bedoeld als afschrikmiddel om de distributie van schaarse goederen (zoals aardappelen en groenten) onder controle te houden. Mr. R.E. Hattink (Toegevoegd Inspecteur).