Ambtelijke brief/rapportage (doorslag).
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage (doorslag). 19 januari 1943. Onbekend (waarschijnlijk een directie of inspectie van de Centrale Markt), kenmerk VD/HB. [Handgeschreven in rood:] Verzonden 19/1
VD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
77/2/85 d M. [Handgeschreven:] 42 1. 19 Januari 1943.
Toelating als grossier
tot de Centrale Markt van
L.Schönhage.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 8 dezer om advies ontvangen stuk no. 99 L.M. 1942, hebben ondergeteekenden de eer U te berichten, dat bij een ter zake ingesteld onderzoek het volgende is gebleken.
Gedurende een tiental jaren drijven de gebroeders L. en G. Schönhage tezamen een grossierszaak in groenten; aanvankelijk op de oude groentenmarkt aan de Marnixstraat en later in 2 pakhuizen op de Centrale Markt. Aangezien G. Schönhage het kapitaal bezat, stond de zaak op diens naam en zijn de pakhuizen op de Centrale Markt ook op diens naam verhuurd. L. Schönhage werd als firmant beschouwd en had als zoodanig ook als verkooper toegang tot de Centrale Markt. L. Schönhage verzorgde de inkoopen op de veilingen Roelofarendsveen en Ter Aar, doch weder op naam van zijn broer. L. Schönhage heeft dan ook op geen enkele veiling punten.
Thans doet zich het geval voor, dat G. Schönhage door den Inspecteur voor de Prijsbeheersching wegens overtreding van de
[Onderste deel van de pagina bevat onleesbare doorslagtekst van een ander blad.] Het document betreft een ambtelijk advies aan de wethouder van Levensmiddelen (vermoedelijk van de gemeente Amsterdam) over de aanvraag van L. Schönhage om als zelfstandig grossier te worden toegelaten tot de Centrale Markt.
Uit de tekst blijkt een complexe zakelijke verhouding tussen twee broers. Hoewel zij al tien jaar samenwerken, staat alles (het kapitaal, de huurcontracten van de pakhuizen en de veilingregistraties) op naam van G. Schönhage. De broer, L. Schönhage, fungeerde in de praktijk als inkoper en verkoper, maar heeft formeel geen eigen status of "punten" bij de veilingen.
De aanleiding voor de nieuwe aanvraag van L. Schönhage lijkt aan het eind van de pagina te worden onthuld: broer G. Schönhage is in aanraking gekomen met de 'Inspecteur voor de Prijsbeheersching'. Dit wijst op een economisch delict, waarschijnlijk prijsopdrijving of handel op de zwarte markt. Het document dateert uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening en de handel in levensmiddelen waren in deze periode strikt gereguleerd via een distributiesysteem en strenge prijsbeheersing.
De "Centrale Markt" in Amsterdam (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was het cruciale punt voor de distributie van groenten en fruit. De 'Prijsbeheersching' was een gevreesde instantie die toezag op de maximumprijzen om inflatie en woekerwinsten tegen te gaan. Overtredingen leidden vaak tot het intrekken van vergunningen of sluiting van zaken. Het lijkt er in dit document op dat L. Schönhage probeert de zaak op zijn eigen naam voort te zetten nu zijn broer door justitiële problemen zijn status als grossier dreigt te verliezen. G. Sch L. Sch Gemeente Amsterdam