Handgeschreven concept of afschrift van een officiële bekendmaking/waarschuwing.
Origineel
Handgeschreven concept of afschrift van een officiële bekendmaking/waarschuwing. Ongedateerd (historisch te plaatsen rond 1941-1943). [Bovenaan in rood potlood:] 37/41/1
[Bovenaan in blauw potlood:] M:43 [gevolgd door] 100 x [onderstreept]
Waarschuwing aan den groothandel
Alle grossiers zijn verplicht 7½ % van hun aanvoer aan de Joodsche-Commissie te leveren, uitgezonderd [tussenvoeging: van] die artikelen, welke door het verdeel-kantoor worden aangewezen. [Doorgehaald: De grossier die] [Tussenvoeging: Deze artikelen worden slechts door die grossiers geleverd,] eventueel dan in aanmerking komt [doorgehaald: die hiervoor des morgens door de J. Com. levering opgeven] [Tussenvoeging: voor de artikelen aan de Joodsche-Commissie te leveren van het verdeel-kantoor krijgt 's morgens hiervan kennisgeving.]
Ledige emballage kan binnen de daarvoor vastgestelde tijd op vertoon van aanvoer-staat [doorgehaald: Ned.-V] [Tussenvoeging: Ned.-veiling], gehaald worden bij de emballage-loods der Ned-veiling.
[Doorgehaald: Er wordt nogmaals wordt] bij dezen [doorgehaald: niet telegrafisch onder de] aandacht gebracht, dat iedere grossier verplicht is volgens De tekst is een instructie of waarschuwing gericht aan de groothandel (grossiers) betreffende verplichte leveringen. De kern van de maatregel is dat 7,5% van alle aangevoerde goederen afgestaan moet worden aan de "Joodsche Commissie", tenzij het verdeelkantoor anders bepaalt.
Het document vertoont veel sporen van redactie. Er zijn zinsdelen geschrapt en boven de regels vervangen door nieuwe formuleringen om de procedure rondom de aanwijzing van goederen en de informatievoorziening vanuit het "verdeel-kantoor" te verduidelijken. De toon is dwingend ("zijn verplicht"). Ook de praktische afhandeling van emballage (verpakkingen) via de Nederlandse Veiling wordt benoemd. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "Joodsche-Commissie" (waarschijnlijk refererend aan een afdeling binnen de Joodsche Raad of een daarmee verbonden distributieorgaan) duidt op de periode waarin de Joodse bevolking reeds was geïsoleerd en afhankelijk was van specifieke toewijzingen voor hun voedselvoorziening.
Het "verdeel-kantoor" (Centraal Distributiekantoor) was de instantie die de schaarse goederen tijdens de oorlog reguleerde. Grossiers werden gedwongen een percentage van hun voorraad af te staan voor de bevoorrading van de Joodse gemeenschap, die vaak onder slechtere condities en met lagere rantsoenen te maken had. De vermelding van de "Ned-veiling" (Nederlandse Veilingen) wijst op de centrale rol die de veilingen speelden in de gecontroleerde distributie van groenten en fruit tijdens de bezettingsjaren. J. Com