Getypte ambtelijke brief/memorandum met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memorandum met handgeschreven kanttekeningen. 20 maart 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven in rood potlood, linksboven:] Verzonden 20/3
[Handgeschreven in rood potlood, middenboven:] Hmules
[Getypt, rechtsboven:] SV
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
37/43/2 M. 1 20 Maart 1943.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen ge-
worden een contract in duplo betreffende de pak-
huisafdeeling no. 5 van de hal op de Centrale Markt.
Ik moge U bleefd verzoeken wel te willen
bevorderen, dat dit contract door den heer Burge-
meester wordt geteekend. Daarna gelieve U het mij
te doen terugzenden, teneinde voor registratie te
kunnen zorgdragen.
De Directeur, Deze korte brief is een formeel administratief verzoek binnen het gemeentebestuur. De Directeur van een niet nader genoemde afdeling (waarschijnlijk de marktmeester of directeur van de Centrale Markt) stuurt een huur- of gebruikscontract in tweevoud naar de Wethouder voor de Levensmiddelen.
Het doel is om de handtekening van de burgemeester op het contract te verkrijgen voor "pakhuisafdeeling no. 5" in de centrale markthal. De formele toon ("heb ik de eer U te doen geworden", "Ik moge U bleefd verzoeken") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De aantekening "Verzonden 20/3" geeft aan dat het document op de dag van datering direct is verwerkt. Het document dateert uit maart 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, die in 1934 waren geopend.
De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode van cruciaal belang vanwege de voedselschaarste en de complexe distributie- en rantsoeneringssystemen die door de bezetter waren opgelegd. Hoewel het een routineuze administratieve handeling lijkt (het tekenen van een contract voor een opslagruimte), vond dit plaats in een context van strikte controle over de voedselvoorziening. De burgemeester van Amsterdam in 1943 was de door de Duitsers aangestelde Edward Voûte.