Officieel rapport / ambtelijke correspondentie.
Origineel
Officieel rapport / ambtelijke correspondentie. 22 maart 1943. Een Controleur (ondertekend met een handtekening die lijkt op 'Fultink' of 'Vultink'). Den Heer Bedrijfschef van de Centrale Markt, Amsterdam. No. 37/48/4 M. 1943 $^{23}_3$
R A P P O R T
In aansluiting op mijn rapport van 18 Maart j.l,betreffende het geval met het vaartuig "Dirkje" meld ik U,dat ik den door van Buiten bedoelden Piet de Jong niet heb kunnen vinden.Ook van Buiten verklaarde de Jong niet meer te hebben ontmoet.Een vraag is het of die Piet de Jong wel bestaat.Gezien het strafregister van Van Buiten mag worden aangenomen dat hij alleen den dader is.Van Limmen de eigenaar van het vaartuig doet geen aangifte.Het vaartuig dat op Vrijdag 18 Maart door schipper Neijman weer aan de Centrale Markt is gebracht heb ik weer aan Limmen gegeven.(Zie bijgaande verklaring).
Amsterdam 22 Maart 1943
Den Heer Bedrijfschef
van de Centrale Markt.
Controleur,
[Handtekening: Fultink]
[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
(Links): e 22/3-'43 [paraf]
(Rechts): opb. 22/3 [paraf] * Inhoud: Het rapport betreft een onderzoek naar een incident met een vaartuig genaamd "Dirkje". Een zekere "Van Buiten" had een "Piet de Jong" aangewezen als betrokkene/dader. De controleur rapporteert dat hij deze Piet de Jong niet kan vinden en vermoedt dat de man helemaal niet bestaat. Op basis van het strafblad van Van Buiten concludeert de controleur dat Van Buiten de enige dader is.
* Afhandeling: Omdat de eigenaar van de boot, Van Limmen, geen aangifte doet, is de boot aan hem teruggegeven nadat deze door schipper Neijman naar de Centrale Markt was gebracht.
* Administratieve sporen: De handgeschreven noten "e 22/3-'43" en "opb. 22/3" (mogelijk 'opgeborgen' of 'opgebracht') duiden op de snelle administratieve verwerking op de dag van schrijven. * Tijdperk: Maart 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Locatie: De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal punt voor de voedselvoorziening. Tijdens de oorlog stond de markt onder streng toezicht van controleurs om diefstal en zwarte handel tegen te gaan.
* Betekenis: Dit document geeft inzicht in de dagelijkse handhaving en kleine criminaliteit rondom de voedseldistributie tijdens de bezetting. De scepsis van de controleur over het bestaan van "Piet de Jong" (een zeer algemene naam) suggereert dat verdachten vaker fictieve handlangers opvoerden om de schuld te delen of te ontlopen. Het feit dat de eigenaar geen aangifte doet, kan wijzen op een verlangen om buiten de officiële (en mogelijk Duitse) rechtspraak te blijven, zeker als de herkomst van goederen of het gebruik van het vaartuig grijs gebied betrof.