Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 25 mei 1943. Een niet bij naam genoemde directeur, waarschijnlijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst in Amsterdam. [Handgeschreven, blauw:] Verzonden 26/5
37/60/2 M. 3 25 Mei 1943.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========
In bijlage dezes heb ik de eer
U drie contracten in duplo te doen ge-
worden betreffende pakhuisafdeelingen
no. 10, 15 en 22 in de Hal op de Centrale
Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken de
onderteekening van deze contracten door
den Heer Burgemeester te willen be-
vorderen en mij het daarna te doen
retourneeren; dezerzijds kan dan voor
registratie worden zorggedragen.
De Directeur, * **Afzender:** Een niet bij naam genoemde directeur, waarschijnlijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst in Amsterdam.
- Geadresseerde: De Wethouder voor de Levensmiddelen "Alhier" (in dezelfde stad, Amsterdam).
- Onderwerp: Het ter ondertekening aanbieden van drie huur- of gebruikscontracten (in tweevoud) voor specifieke pakhuisruimtes (nummers 10, 15 en 22) in de centrale hal van de Centrale Markt.
- Procedure: De wethouder wordt gevraagd de handtekening van de burgemeester te faciliteren. Na ondertekening moeten de documenten terug naar de afzender voor administratieve registratie. Deze brief dateert uit mei 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in die tijd het kloppende hart vormden van de voedseldistributie in de stad.
De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode van cruciaal belang vanwege de schaarste en het distributiestelsel (de bonnenkaart). In Amsterdam werd deze post tijdens de bezetting bekleed door personen die direct of indirect onder toezicht stonden van de bezetter, aangezien de democratisch gekozen gemeenteraad buitenspel was gezet. De genoemde "Burgemeester" was in 1943 de door de Duitsers aangestelde regeringscommissaris Edward Voûte. De formele, ambtelijke toon van de brief is kenmerkend voor de bureaucratische continuïteit die de gemeentelijke diensten trachtten te handhaven, zelfs onder de moeilijke omstandigheden van de bezetting.