Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 1 juli 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen). 37/68/6 M. 2 1 Juli 1943. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
In bijlage dezes heb ik de eer U te
doen geworden 2 contracten in duplo betref-
fende de pakhuisafdeelingen no. 15 van pier
A en no. 5 van pier D op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te
willen bevorderen, dat deze contracten door
den heer Burgemeester worden geteekend.
Daarna gelieve U ze mij te doen terugzenden,
teneinde voor registratie te kunnen zorg-
dragen.
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief schrijven uit de Tweede Wereldoorlog. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst) verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om zorg te dragen voor de ondertekening van twee huur- of gebruikscontracten door de Burgemeester.
De contracten hebben betrekking op:
1. Pakhuisafdeling no. 15 op pier A.
2. Pakhuisafdeling no. 5 op pier D.
Beide locaties bevinden zich op de "Centrale Markt". De toon is uiterst formeel en hoffelijk, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd ("heb ik de eer U te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken"). De brief is gedateerd op 1 juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam (tegenwoordig het Food Center Amsterdam).
Tijdens de bezetting bleven de gemeentelijke diensten functioneren, maar onder streng toezicht van de bezetter. De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode van cruciaal belang vanwege de toenemende voedselschaarste en de complexe distributie van goederen. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment de door de Duitsers aangestelde Edward Voûte. Het document illustreert hoe de dagelijkse bureaucratie rondom de voedselvoorziening en de exploitatie van de marktgebouwen gewoon doorging, ondanks de oorlogsomstandigheden. D. Marktwezen
Samenvatting
Deze brief is een formeel administratief schrijven uit de Tweede Wereldoorlog. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst) verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om zorg te dragen voor de ondertekening van twee huur- of gebruikscontracten door de Burgemeester.
De contracten hebben betrekking op:
1. Pakhuisafdeling no. 15 op pier A.
2. Pakhuisafdeling no. 5 op pier D.
Beide locaties bevinden zich op de "Centrale Markt". De toon is uiterst formeel en hoffelijk, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd ("heb ik de eer U te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken").
Historische Context
De brief is gedateerd op 1 juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam (tegenwoordig het Food Center Amsterdam).
Tijdens de bezetting bleven de gemeentelijke diensten functioneren, maar onder streng toezicht van de bezetter. De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode van cruciaal belang vanwege de toenemende voedselschaarste en de complexe distributie van goederen. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment de door de Duitsers aangestelde Edward Voûte. Het document illustreert hoe de dagelijkse bureaucratie rondom de voedselvoorziening en de exploitatie van de marktgebouwen gewoon doorging, ondanks de oorlogsomstandigheden.