Officiële correspondentie / brief.
Origineel
Officiële correspondentie / brief. 24 augustus 1943. Frau Erna Leupold, namens de "Omnia" Treuhandgesellschaft M.B.H. (gevestigd in Arnhem, tijdelijk kantoor in Amsterdam). Centralen Markt, Jan van Galenstraat, Amsterdam. No. 37/91/1 M. 1943 $^{26}/_{8}$
FRAU ERNA LEUPOLD
SACHBEARBEITER DER „OMNIA"
TREUHANDGESELLSCHAFT M. B. H.
Lp/R
ARNHEIM, den 24. August 43.
UTRECHTSCHESTRAAT 1
z. Zt.
Amsterdam, Raphaelstr. 10 hs.
Tel: 26 305.
T. 19.
An den
Centralen Markt,
A m s t e r d a m.
Jan van Galenstraat.
Betr: Liquidation Fa. Hartog Fransman, Amsterdam, Lepelstraat 40.
Im Auftrage des Herrn Reichskommissars für die besetzten niederländischen Gebiete - Wirtschaftsprüfstelle - haben wir die Liquidation der obigen Firma durchzuführen.
Sie wollen von dieser Liquidation Kenntnis nehmen.
Die bei der obigen Firma vorgefundenen Ausweiskarten reichen wir Ihnen in der Anlage zu unserer Entlastung zurück.
2 Anlagen
Hochachtend !
DER TREUHÄNDER
(Stempel:) Treuhandgesellschaft M.B.H.
i.V. (Handtekening) * Doel van het document: De "Omnia" Treuhandgesellschaft informeert de Centrale Markt in Amsterdam dat zij, in opdracht van de Reichskommissar (het Duitse bestuur in bezet Nederland), de firma van Hartog Fransman aan het liquideren zijn.
* Specifieke handeling: De afzender stuurt gevonden "Ausweiskarten" (identificatiebewijzen of toegangsbewijzen voor de markt) terug naar de marktmeester ter ontlasting van hun administratieve verantwoordelijkheid.
* Organisatie: De "Omnia" Treuhandgesellschaft was een beruchte instantie tijdens de Tweede Wereldoorlog die door de nazi-bezetter werd ingezet voor de "arisering" en liquidatie van Joodse bedrijven. De naam "Hartog Fransman" duidt op een Joodse eigenaar. Dit document is een direct bewijsstuk van de economische vervolging van Joden in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de invasie voerden de Duitsers wetten in om Joodse burgers uit het economische leven te bannen. Bedrijven die in Joodse handen waren, werden verplicht aangemeld en vervolgens onder het beheer van een "Treuhänder" (bewindvoerder) geplaatst, zoals Omnia.
In veel gevallen betekende dit niet het voortzetten van de zaak, maar de systematische diefstal van de voorraad, het kapitaal en de uiteindelijke opheffing (liquidatie) van het bedrijf. Hartog Fransman, wiens bedrijf hier wordt geliquideerd, was een van de vele ondernemers die op deze bureaucratische wijze van zijn bezit en bestaansmiddelen werd beroofd voordat de fysieke deportaties begonnen of voltooid werden. De correspondentie met de Centrale Markt is logisch, aangezien veel Joodse handelaren in Amsterdam afhankelijk waren van toegang tot deze markt voor hun bedrijfsvoering.