Politierapport / Proces-verbaal van de marktpollitie.
Origineel
Politierapport / Proces-verbaal van de marktpollitie. 31 augustus 1943. [Hoofdtekst]
Rapport
Op Dinsdag 31 Aug. 1943
o.a. aangetroffen Hermanus -
Smit / geb.: 1-10-1917, adres
v Hogendorpstraat 211 III. / staande
met een handkar met potplanten en
bloemen, zonder vergunning.
Deze Smit is in het bezit van een
toegangskaart v.d. C. Markt
p. koper. m.i. is deze kaart
onrechtmatig in zijn bezit.
[Rechtsonder]
Amsterdam
31 Aug. 1943
(w.g.) Sijthema [handtekening]
[Linksonder in potlood/pen]
Aan den Heer
Inspecteur
m.v. toegangskaart
C.M. intrekken.
10-9-'43
de Boer
[Paars stempel]
No. 37/93/ M. 1943 [met handgeschreven toevoeging 31/8]
[Onderste tekstblok links]
Smit is niet in het
bezit van een losse- of
vaste marktplaats heeft
ook geen standplaatsvergunning
HB. 10/9 '43.
[Aantekeningen rechterkant in blauwe inkt]
oproepen
22-9-'43
de Keijn
B/no
[Onderaan rechts in blauwe inkt]
Heeft Smit
vaste plaats buiten
markt of event.
losse of vaste
marktplaats?
Onderzoek
2-9-43
[Rode aantekening]
M. Hendriks Dit document is een ambtelijk rapport over een straathandelaar tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hermanus Smit werd op 31 augustus 1943 betrapt op het verkopen van bloemen en planten vanaf een handkar zonder de benodigde vergunning.
De rapporteur (waarschijnlijk een marktmeester of agent genaamd Sijthema) merkt op dat Smit een koperskaart voor de Centrale Markt (C. Markt) heeft, maar suggereert dat dit onrechtmatig is omdat hij blijkbaar niet als legitieme handelaar geregistreerd staat. De administratieve afhandeling (te zien aan de verschillende kleuren inkt en handschriften) toont aan dat er direct actie werd ondernomen: er wordt geadviseerd zijn kaart in te trekken en er wordt onderzoek gedaan of hij elders wel een standplaats heeft. Uiteindelijk is hij opgeroepen voor verhoor of een sanctie op 22 september 1943. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de controle op de handel en distributie van goederen in Amsterdam extreem streng. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was het middelpunt van de voedsel- en goederenvoorziening. Handel drijven zonder vergunning ("zwarte handel" of illegale straathandel) werd streng aangepakt, niet alleen om economische redenen maar ook om de bevolking onder controle te houden. Dit document illustreert de bureaucratische precisie waarmee zelfs kleine overtredingen van de marktverordening door de gemeente Amsterdam werden vastgelegd en opgevolgd in die periode.