Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 10 augustus 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven, linksboven:]
Verzonden 10/8
[Handgeschreven, middenboven:]
W. Bitter
ter herinnering
[Handgeschreven, rechtsboven:]
S/SV
[Getypt:]
37/16/13 M.
10 Augustus 1943.
winteropslag 1942/1943.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Hiermede heb ik de eer beleefd Uw aandacht te vragen voor het volgende.
Tijdens den afgeloopen winter heeft ten behoeve van de groentevoorziening der bevolking van Amsterdam, ingevolge een door de Gemeente Amsterdam met een combinatie van op de Centrale Markt gevestigde grossiers gesloten contract (vide Besluit Burgemeester d.d. 26 Februari 1943 no. 164 L.M.1943), een voorraadvorming van stapelgroenten plaats gevonden. Voor den opslag van een gedeelte van deze producten is gebruik gemaakt van het op de Centrale Markt gevestigde koelhuis. Hoewel het koelhuis hier diensten verleend heeft in het belang van een bijzondere gemeentelijke maatregel ter verzekering van de voedselvoorziening der stad, meen ik dat het gewenscht is, met het oog op een juiste administratieve verantwoording, dat aan het koelhuis voor den opslag de aangewezen vergoeding wordt betaald, zooals ook geschiedt ten aanzien van den opslag van goederen ten behoeve van de Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, de Ziekenhuizen c.q. andere Gemeentelijke instellingen, de Centrale Voedselvoorziening enz. Te meer is zulks gewenscht waar contractueel onder toezicht van de Directie van het Marktwezen de Naamlooze Vennootschap Nederlandsche Veiling de commercieele en administratieve werkzaamheden van de koelhuis exploitatie verricht en daarvoor volgens het contract een vergoeding ontvangt van 15% van de opbrengsten. Voor dezen opslag heb ik een pro forma factuur doen opstellen volgens het tarief, dat ook wordt toegepast ten aanzien van den opslag van producten ten behoeve van de Centrale Voedselvoorziening. Het totaalbedrag der pro forma factuur beloopt rond f. 33.000.-.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken omtrent deze aangelegenheid ook het advies in te winnen van Uw Ambtgenoot voor de Financiën, mede met het oog op de vraag op welke wijze de onderhavige kosten moeten worden gedeclareerd.
De Directeur, * Kernboodschap: De directeur van de marktinstantie verzoekt de wethouder om een betaling van circa 33.000 gulden te accorderen voor de opslag van groenten in het koelhuis van de Centrale Markt gedurende de winter van '42-'43.
* Juridische/Administratieve grondslag: Er wordt verwezen naar een besluit van de burgemeester van 26 februari 1943. De directeur benadrukt dat, hoewel het een algemeen belang dient, er een zakelijke vergoeding moet plaatsvinden omdat een private partij (N.V. Nederlandsche Veiling) de exploitatie doet en recht heeft op 15% van de opbrengsten/vergoedingen.
* Terminologie: "Stapelgroenten" verwijst naar groenten die lang bewaard kunnen worden (zoals kolen, wortelen en uien), essentieel voor de voedselvoorziening in oorlogstijd.
* Financieel: Het genoemde bedrag van f 33.000,- was voor die tijd een aanzienlijk bedrag (omgerekend naar koopkracht nu ongeveer € 250.000,-). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was de voedselsituatie in de grote steden zoals Amsterdam precair en werd alles strak gereguleerd via distributiesystemen en centrale opslag. De "Centrale Markt" (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) speelde een cruciale rol in de distributie van voedsel naar de stad.
Opmerkelijk is dat, ondanks de oorlogsomstandigheden en de bezetting, de ambtelijke bureaucratie van de gemeente Amsterdam bleef functioneren volgens strikte regels van "administratieve verantwoording". Men hanteerde zakelijke contracten tussen de gemeente en private grossierscombinaties. De brief toont de complexe verwevenheid aan tussen publieke voedselvoorziening en private exploitatie (de Nederlandsche Veiling) in een tijd van schaarste. De handgeschreven naam "W. Bitter" verwijst mogelijk naar een ambtenaar of de ondertekenaar die het document ter herinnering aan de wethouder stuurde.