Officieel contract / Overeenkomst (Bijlage I bij een Besluit).
Origineel
Officieel contract / Overeenkomst (Bijlage I bij een Besluit). 28 november 1941 (datum van besluit); onderaan gedateerd december 1941 (12-'41). [Rechtsboven]
Behoort bij Besluit van den Burgemees-
ter van Amsterdam, d.d. 28 November
1941, No. 637 L.M. 1941.
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Hoofdtekst]
Bijlage I
De ondergeteekenden:
De Gemeente Amsterdam ten deze vertegenwoordigd door haar
Burgemeester, hierna te noemen: Partij ter eene zijde
en
1. G. Kramer 3. H. Kuperus
2. P. van Es 4. H. van Bladeren,
hierna te noemen partijen ter andere zijde,
in aanmerking nemende, dat het in het belang van de voedsel-
voorziening noodig is zorg te dragen, dat in het naderende winter-
seizoen een voorraad vatgroenten op de Centrale Markt te Amsterdam
aanwezig is en wordt bewaard;
zijn overeengekomen en komen hierbij overeen als volgt:
Artikel I.
Partijen ter andere zijde zullen voor eigen rekening en risi-
co op de Centrale Markt te Amsterdam opslaan en aldaar gedurende
de in artikel II te noemen periode opgeslagen houden:
1.100 vaten vatgroenten, n.l. 200 vaten snijboonen,
200 vaten spercieboonen,
200 vaten andijvie en
500 vaten zuurkool.
De in het vorige lid genoemde soorten vatgroenten moeten zijn
van goede qualiteit; partijen ter andere zijde zijn verplicht -voor
zoover dit voor het behoud van een voorraad groenten van goede
qualiteit noodig is - door vervanging van opgeslagen groenten door
eenzelfde hoeveelheid nieuw-aangevoerde groenten van dezelfde
soort en qualiteit, alsmede door regelmatige verzorging der opge-
slagen partijen, voor het houden van den voorraad in goeden staat
zorg te dragen.
Artikel II.
De periode, gedurende welke de in artikel I omschreven voor-
raden op de Centrale Markt te Amsterdam aanwezig moeten zijn,
loopt van 15 December 1941 tot en met 31 Januari 1942, met dien
verstande, dat partij ter eene zijde bevoegd is, wanneer dit naar
haar oordeel door weersomstandigheden wenschelijk wordt gemaakt,
te bepalen, dat de bedoelde periode zal doorloopen tot uiterlijk
15 Februari 1942.
Indien ten gevolge van weers- of andere omstandigheden, de
aanvoer naar Amsterdam van vatgroenten tijdens de in het eerste
lid genoemde periode stagnatie ondervindt, waardoor, naar het oor-
deel van partij ter eene zijde, gevaar voor gebrek aan deze groen-
ten dreigt te ontstaan, kan zij aan partijen ter andere zijde op-
dragen door haar, partij ter eene zijde te bepalen hoeveelheden
van den voorraad te verkoopen, opdat deze, zoodoende, ter beschik-
king komen van de bevolking van Amsterdam.
Artikel III.
De in artikel I omschreven voorraden, welke op de Centrale
Markt te Amsterdam voor rekening en risico van partijen ter andere
zijde zullen worden opgeslagen, worden door dezen gedurende de in
artikel II genoemde periode, in bewaring gegeven aan partij ter
eene zijde, onverminderd de verplichting van partijen ter andere
C.S. Stadhuis
A'dam, 12-'41. Dit document is een juridische vastlegging van de voedselstrategie van de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een overeenkomst waarbij private handelaren (de 'partijen ter andere zijde') verplicht worden een substantiële voorraad van 1.100 vaten houdbare groenten (voornamelijk zuurkool en gezouten bonen) aan te houden op de Centrale Markt.
Opvallende punten zijn:
* Risicoverdeling: De handelaren dragen het financiële risico en de kosten, maar de gemeente houdt de regie over wanneer de voorraden verkocht moeten worden aan de bevolking.
* Kwaliteitsbewaking: Er is een strikte vervangingsplicht om te voorkomen dat de voorraad bederft; oude vaten moeten worden vervangen door verse aanvoer van dezelfde kwaliteit.
* Crisisclausule: In Artikel II wordt expliciet verwezen naar stagnatie in de aanvoer door weersomstandigheden of "andere omstandigheden" (een eufemisme voor oorlogsbelemmeringen), waarbij de gemeente direct kan ingrijpen in de verkoop. Het document dateert van eind 1941, de tweede winter van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender door vorderingen van de bezetter en stagnerende handel. "Vatgroenten" waren essentieel omdat dit in feite de diepvriesproducten van die tijd waren: groenten die door inmaak met zout of fermentatie (zuurkool) maandenlang houdbaar bleven zonder koeling.
De burgemeester van Amsterdam was in deze periode Edward Voûte, die door de Duitsers was aangesteld. De bureaucratische taal van het document maskeert de grimmige realiteit van dreigende tekorten en de noodzaak voor de overheid om de distributieketen tot in detail te controleren om hongersnood in de stad te voorkomen. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) fungeerde hierbij als het centrale logistieke knooppunt.