Archiefdocument
Origineel
Rapport
No. 37/119/1 M. 1943 8/11
Aan den Hr Steenbeek
Bedrijfschef C.M.
Ondergetekende, C. Blom, rapporteert u het volgende.
Gistermorgen zag ik, dat het personeel van de firma Beus, op pier B, op de loswal, een partij kisten hadden neergezet, met de bedoeling, daar tusschen, de lading puin uit twee kleine schepen, (ongeveer 30 ton) op de wal te storten. De ruimte daarvoor nodig zou ongeveer 20 x 4 m zijn. Ik vroeg aan het personeel van Beus, of voor het opslaan van b.g. puin vergunning was gegeven, hierop antwoordde een van het personeel, genaamd Visser, de baas is er al lang geweest en die vindt het goed dus bemoei je er maar niet mee. Op mijn vraag wie hij met de baas bedoelde antwoordde hij, "Jochems". Die is hier net langs gefietst en heeft niets gezegd. Dus die vindt het zeker goed."
Ik heb het verdere lossen verboden en mij in verbinding gesteld met u, waarna wij in overleg een plaats naast de konsumptie tent van Marentzi als opslagplaats hebben aangewezen.
C.M. 5 Nov. '43
CBlom
[Links onderin:]
Gezien
10-11-43
[handtekening/paraaf]
--- Dit handgeschreven rapport is een zakelijk verslag van een incident op een haventerrein of werf. De kern van het conflict draait om de ongeautoriseerde opslag van puin door de firma Beus op Pier B.
Rapporteur C. Blom treedt corrigerend op wanneer hij ziet dat personeel van deze firma zonder (schriftelijke) vergunning zo'n 30 ton puin wil storten. Interessant is de informele en ietwat brutale reactie van de arbeider Visser, die stelt dat "de baas" (Jochems) het wel goed vindt omdat hij erlangs fietste zonder er iets van te zeggen. Blom laat zich niet met een kluitje in het riet sturen, verbiedt het verdere lossen en zoekt contact met zijn overste, de heer Steenbeek. Uiteindelijk wordt er in overleg een alternatieve locatie aangewezen nabij de consumptietent van Marentzi.
Het document getuigt van een strikte handhaving van regels omtrent terreingebruik, waarbij informele toezeggingen of aannames niet worden geaccepteerd.
--- Het rapport dateert uit november 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er in grote Nederlandse (haven)steden vaak sprake van veel "puin" door bombardementen of sloopwerkzaamheden in opdracht van de bezetter (bijvoorbeeld voor de aanleg van de Atlantikwall).
De afkorting "C.M." zou kunnen staan voor de 'Centrale Magazijnen' van een gemeente. Het feit dat er gesproken wordt over "pier B" en een "loswal" duidt op een maritieme of logistieke omgeving, mogelijk de haven van Rotterdam of Amsterdam. De vermelding van een "konsumptie tent" suggereert dat er ondanks de oorlogssituatie nog steeds faciliteiten voor werklieden op het terrein aanwezig waren. Het proces van rapporteren, doorsturen en aftekenen laat de bureaucratische continuïteit van de civiele diensten tijdens de bezettingsjaren zien. B.