Getypte brief/rapportage.
Origineel
Getypte brief/rapportage. 10 december 1943. Waarschijnlijk de beheerder of directeur van de Amsterdamse markten (ondertekend door "De Directeur"). 41/10/10bM. eigen SV
10 December 1943.
Den Heer Directeur van het
Gemeentelijk Bureau voor de
Statistiek,
Oude Zijds Achterburgwal 231,
Amsterdam-Centrum.
ONTVANGEN MARKTGELDEN OCTOBER 1943.
Dagmarkten: f. 4.534,70
Weekmarkten f. 368,05
Boom- en Bloemmarkt: f. 70,45
Brandstoffenmarkt: f. 1.712,13
Standplaatsvergunningen: f. 134,83
Kramengeld: f. 273,58
Ventgelden: f. 90,10
Diverse ontvangsten: f. 22,20
------------
f. 7.206,04
============
De Directeur,
(stempel/paraf) Dit document is een kwantitatief overzicht van de gemeentelijke inkomsten uit de Amsterdamse markten in oktober 1943. Het biedt een gedetailleerd inzicht in de verschillende bronnen van deze inkomsten:
* Dag- en weekmarkten: De grootste bron van inkomsten (f. 4.534,70).
* Brandstoffenmarkt: Met f. 1.712,13 een aanzienlijk bedrag, wat de cruciale rol van brandstofdistributie in oorlogstijd onderstreept.
* Overige posten: Kleinere bedragen voor specifieke markten (bloemen), vergunningen voor vaste standplaatsen, huur van kramen en leges voor venters.
* Totaal: Een bedrag van f. 7.206,04 werd afgedragen of gerapporteerd aan het Bureau voor de Statistiek.
De zakelijke, droge toon is kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit die tijd. De handgeschreven toevoeging "eigen" suggereert dat dit een doorslag of een eigen archiefexemplaar van de verzendende instantie betreft. Het document stamt uit december 1943, een periode waarin Nederland ruim drie jaar bezet was door nazi-Duitsland. Hoewel het een gewone administratieve handeling lijkt, weerspiegelt het de realiteit van de oorlogseconomie:
1. Continuïteit van bestuur: Ondanks de bezetting bleven gemeentelijke diensten zoals de marktdienst en het Bureau voor de Statistiek functioneren. De bureaucratie draaide door.
2. Schaarste: De vermelding van de "Brandstoffenmarkt" is significant. In 1943 was er een nijpend tekort aan kolen en hout. De handel hierin was strikt gereguleerd en gecentraliseerd.
3. Monetaire waarde: De bedragen zijn in guldens (f.). Ter vergelijking: een gemiddeld weekloon voor een arbeider lag in die tijd rond de 25 à 30 gulden. Het totale marktinkomen van ruim 7.000 gulden per maand was dus een substantiële som voor de stadskas.
4. Locatie: De Oude Zijds Achterburgwal 231 was destijds de zetel van diverse gemeentelijke instanties, passend bij de centrale rol van dit gebied in het Amsterdamse stadsbestuur.