Handgeschreven conceptbrief of memo.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of memo. (2)
Door een fout in de
administratie te dezerzijds
is t. a. v. 2 personen deze
vrijstelling niet gevraagd.
Deze personen behooren
verrichten echter [belangrijke] werkzaam-
heden voor den afslag en
voor de Mosselcentrale.
en zij zouden
dan ook zeer bezwaarlijk kunnen
worden gemist. ~~Lammers~~
~~eenerzijds is het mogelijk om~~
Ik zou het dan ook zeer op
prijs stellen, indien –
wanneer eenigszins mogelijk –
alsnog vrijstellingen voor deze
mensen zouden kunnen
worden verstrekt.
Het betreft:
J. Metten gehuwd, 2 kinderen
geb. 5-2-1913 No persoonsbe-
wijs A 35-523330 adres
Leimuiderstr. 32 hs en
[In de linkermarge geschreven:]
C. Sliephorst Gehuwd, 2 kinderen
geb. 19-10-1902 no. A. 35-461111
adres Kattenburgerkade 44. Het document is een dringende oproep om een administratieve omissie te herstellen. De schrijver legt uit dat er voor twee specifieke werknemers verzuimd is om een vrijstelling aan te vragen. Het argument voor de vrijstelling is hun onmisbaarheid voor de voedselvoorziening: ze werken voor "den afslag" (de visafslag) en de "Mosselcentrale".
De tekst bevat diverse doorhalingen en tussenvoegingen (zoals het woord 'belangrijke'), wat wijst op een conceptversie. De toon is beleefd doch dringend ("zeer op prijs stellen"). De details van de personen zijn zeer specifiek, inclusief hun gezinssituatie, geboortedatum, adres en het nummer van hun persoonsbewijs. De context van dit document is vrijwel zeker de Nederlandse bezettingsperiode (1940-1945). De term "vrijstelling" in combinatie met het "Persoonsbewijs" (ingevoerd in 1941) wijst op de Arbeitseinsatz: de verplichte tewerkstelling van Nederlandse mannen in de Duitse oorlogsindustrie.
Bedrijven die cruciaal waren voor de voedselvoorziening of vitale sectoren konden voor hun personeel een 'Sperre' (vrijstelling) aanvragen. De Mosselcentrale en de visafslag vielen onder deze cruciale sectoren. De adressen (Kattenburgerkade en Leimuiderstraat) bevinden zich in Amsterdam, wat ook overeenkomt met de letter "A" in de persoonsbewijsnummers (de 'A' stond voor de regio Amsterdam). Het veiligstellen van deze vrijstellingen was voor de betrokken mannen letterlijk van levensbelang om deportatie naar Duitsland te voorkomen.
Samenvatting
Het document is een dringende oproep om een administratieve omissie te herstellen. De schrijver legt uit dat er voor twee specifieke werknemers verzuimd is om een vrijstelling aan te vragen. Het argument voor de vrijstelling is hun onmisbaarheid voor de voedselvoorziening: ze werken voor "den afslag" (de visafslag) en de "Mosselcentrale".
De tekst bevat diverse doorhalingen en tussenvoegingen (zoals het woord 'belangrijke'), wat wijst op een conceptversie. De toon is beleefd doch dringend ("zeer op prijs stellen"). De details van de personen zijn zeer specifiek, inclusief hun gezinssituatie, geboortedatum, adres en het nummer van hun persoonsbewijs.
Historische Context
De context van dit document is vrijwel zeker de Nederlandse bezettingsperiode (1940-1945). De term "vrijstelling" in combinatie met het "Persoonsbewijs" (ingevoerd in 1941) wijst op de Arbeitseinsatz: de verplichte tewerkstelling van Nederlandse mannen in de Duitse oorlogsindustrie.
Bedrijven die cruciaal waren voor de voedselvoorziening of vitale sectoren konden voor hun personeel een 'Sperre' (vrijstelling) aanvragen. De Mosselcentrale en de visafslag vielen onder deze cruciale sectoren. De adressen (Kattenburgerkade en Leimuiderstraat) bevinden zich in Amsterdam, wat ook overeenkomt met de letter "A" in de persoonsbewijsnummers (de 'A' stond voor de regio Amsterdam). Het veiligstellen van deze vrijstellingen was voor de betrokken mannen letterlijk van levensbelang om deportatie naar Duitsland te voorkomen.