Officiële circulaire/dienstmededeling van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële circulaire/dienstmededeling van de Gemeente Amsterdam. 26 februari 1943. Gemeente Amsterdam, Stadhuis. No. 43/10/1 M. 1943 1/3 [stempel/typschrift]
GEMEENTE AMSTERDAM
No. 94/42.4 Fin. '43
Amsterdam, 26 Februari 1943.
Het bepaalde in de artt. 14, 41, 42 en 43 van het Reglement, houdende de voorwaarden, waaronder personen in dienst der Gemeente Amsterdam kunnen worden genomen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht (Arbeidsovereenkomstenbesluit), voorloopig vastgesteld bij besluit van den Burgemeester van 27 Februari 1942, zal in werking treden:
a. voor werknemers, met wie op of na 1 Maart 1943 een arbeidsovereenkomst zal worden aangegaan, met ingang van den datum, waarop hun dienstbetrekking een aanvang neemt;
b. voor de overige werknemers met ingang van den datum, waarop hun een periodieke verhooging wordt toegekend of hun bezoldiging op andere wijze wordt verhoogd, met dien verstande, dat voor de werknemers, die op 1 Maart 1943 reeds het maximum van de aan hun functie verbonden bezoldiging genieten, bedoelde artikelen alleen op eigen verlangen in werking zullen treden.
In verband met het vorenstaande zal met ingang van 1 Maart a.s. een algemeen spaarfonds voor arbeidscontractanten worden ingesteld, dat door den gemeenteontvanger zal worden beheerd. Intusschen zal iedere dienst of bedrijf de administratie voeren voor zoover het zijn eigen personeel betreft. Te dezer zake is de volgende regeling ontworpen:
Voor elken arbeidscontractant wordt door den dienst of het bedrijf een spaarkaart aangelegd welke ter Stadsdrukkerij verkrijgbaar is. Aan het einde van het kalenderjaar worden op deze kaart geboekt het totaal van de in den loop van het jaar ingehouden spaargelden (dit bedrag kan worden overgenomen van de voor iederen arbeidscontractant bijgehouden kaart van loon- en arbeidsduur) en het totaal van den daarop te storten bijslag. Het totaal van de spaargelden en de bijslagen wordt binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar door den dienst of het bedrijf gestort bij den gemeenteontvanger.
Jaarlijks moet de rentebijschrijving plaats vinden krachtens art. 41 van het arbeidsovereenkomstenbesluit. De rente wordt berekend over volle kalenderjaren. Op 31 December wordt dus 3½% rente bijgeschreven over het saldo op 1 Januari d.a.v. (In het jaar van ontslag dient - indien betrokkene althans voor rentevergoeding in aanmerking komt - de renteberekening te geschieden over volle kalendermaanden van het saldo op 1 Januari van dat jaar).
De rente komt niet ten laste van den dienst of het bedrijf. De afd. Financiën zorgt er voor, dat het totaal van de rentebijschrijvingen jaarlijks in het fonds wordt gestort.
De uitkeering aan ontslagen arbeidscontractanten wordt door de diensten en bedrijven betaald. De diensten boeken het uitgekeerde bedrag rechtstreeks ten laste van den betreffenden post der gemeentebegrooting. De bedrijven krijgen de uitgekeerde bedragen binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar van den Gemeenteontvanger terug.
Indien bij ontslag de inhouding van de spaarbijdrage niet ten minste 5 jaren onafgebroken heeft plaats gehad (art. 41 van het arbeidsovereenkomstenbesluit), zal aan den betrokkene minder worden uitgekeerd, dan voor hem in het spaarfonds aanwezig is; bij de vaststelling aan het einde van het kalenderjaar van het totaal-bedrag wegens bijstorting en rente zal hiermede rekening moeten worden gehouden.
In het geval, dat de arbeidscontractant overgaat van den eenen gemeentedienst naar een anderen, wordt door den betrokken dienst een afschrift van de spaarkaart toegezonden aan den nieuwen dienst, nadat daarop voor het loopende jaar nog zijn vermeld de tot den datum van overgang ingehouden spaargelden en de bijslagen, welke bedragen nog ten bate, resp. ten laste van den betreffenden dienst komen. De berekening en de bijboeking van de rente geschiedt door den dienst, waar belanghebbende op 31 December werkzaam is.
De diensten en bedrijven zenden binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar aan de afd. Financiën een totaal-opgaaf van:
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen
C.S. Stadhuis
A'dam 2-'43
No. 78. * Administratieve transitie: Het document markeert de overgang naar een gecentraliseerd spaarsysteem voor gemeentepersoneel met een arbeidscontract naar burgerlijk recht. Voorheen was de administratie waarschijnlijk meer gefragmenteerd.
* Financiële details: Er is sprake van een rentepercentage van 3,5%, wat voor die tijd een substantiële vergoeding was. Er geldt een "5-jarenregel": wie binnen vijf jaar wordt ontslagen, krijgt niet het volledige opgebouwde bedrag (bijslag/rente) uitgekeerd.
* Verantwoordelijkheden: De uitvoering ligt bij de individuele diensten (zoals het Marktwezen), maar het beheer van de liquide middelen ligt bij de Gemeenteontvanger. De "Stadsdrukkerij" fungeerde als leverancier van de gestandaardiseerde formulieren (spaarkaarten).
* Marginalia: In de marge staan handgeschreven aantekeningen (o.a. "gewijzigd bij No. 17/3" en jaartallen zoals '44), wat duidt op het feit dat dit document in de praktijk als werkexemplaar is gebruikt en later is aangepast. Dit document stamt uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de toon strikt bureaucratisch is, is de context van de "Burgemeester" van belang: in 1942 was de democratisch gekozen gemeenteraad al ontbonden en werden besluiten genomen door de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris/burgemeester (destijds Edward Voûte).
Het "Arbeidsovereenkomstenbesluit" was een instrument om de rechtspositie van niet-vaste ambtenaren (arbeidscontractanten) te reguleren. Tijdens de oorlogsjaren bleef de gemeentelijke administratie van Amsterdam op grote schaal functioneren volgens de bestaande ambtelijke hiërarchie, waarbij sociale voorzieningen zoals dit spaarfonds werden doorgevoerd om de stabiliteit onder het personeel te bewaren en te voldoen aan nieuwe sociaaleconomische ordeningen die door de bezetter of de nationaalsocialistische overheid werden opgelegd. Het Marktwezen (de ontvanger van dit schrijven) was in deze periode cruciaal voor de voedselvoorziening en distributie in de stad.