Archiefdocument
Origineel
16 maart 1943. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Heeren Hoofden van Administratiën, Diensten en Bedrijven (gemeentelijke afdelingshoofden). GEMEENTE AMSTERDAM
No. 365a. Arb. 1943.
Onderwerp:
Uitkeering bezoldiging
bij afwezigheid.
AMSTERDAM, 16 Maart 1943.
No. 4/3/15/1 M. 1943 1/3 [paars stempel]
Aan Heeren Hoofden van Administratiën,
Diensten en Bedrijven.
Hierbij breng ik te Uwer kennis, dat de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken mij bij schrijven van 24 Februari 1943, No. 900/R., afdeeling Ambtenarenzaken, heeft bericht, dat, indien een ambtenaar, werkman of arbeidscontractant zich zonder geldige redenen langer dan twee dagen aan den dienst onttrekt, noch aan hem, noch aan zijn familieleden, of te zijnen voordeele aan derden, salaris, pensioen of wachtgeld mag worden uitbetaald.
In verband hiermede verzoek ik U er zorg voor te dragen, dat alle gevallen, waarin een der genoemde personen zich langer dan twee dagen aan den dienst onttrekt, onverwijld te mijner kennis worden gebracht, onder mededeeling wat door U in dezen is verricht.
Uw mededeeling zal moeten worden ingezonden bij de afdeeling Arbeidszaken en zal moeten vermelden of de belanghebbende naast zijn salaris of loon in het genot is van pensioen of wachtgeld.
De Burgemeester van Amsterdam,
VOÛTE
De Gemeentesecretaris,
J. F. FRANKEN.
[Handgeschreven: opbergen]
Stadsdrukkerij Amsterdam
6447-3-43-250
[Handgeschreven rechtsonder: 43] De kern van deze circulaire is een dreigement: wie meer dan twee dagen zonder "geldige reden" (volgens de bezetter) wegblijft van het werk, verliest onmiddellijk zijn inkomen. Deze straf wordt uitgebreid tot het gezin ("familieleden"), wat een vorm van collectieve bestraffing is om druk uit te oefenen op het personeel.
Afdelingshoofden worden verplicht om "onverwijld" (meteen) melding te maken van dergelijke gevallen. De vermelding van "wachtgeld" en "pensioen" wijst erop dat men ook gepensioneerden of mensen in wachtgeldregelingen onder druk wilde zetten, mochten zij bijvoorbeeld weigeren bepaalde diensten te verrichten.
Onderaan staat "opbergen" geschreven, wat aangeeft dat dit document door de ontvangende instantie is gelezen en gearchiveerd. Dit document stamt uit een grimmige periode van de bezetting. In 1943 nam de druk op de Nederlandse bevolking toe. De Duitsers hadden steeds meer mankracht nodig voor de oorlogsindustrie (Arbeitseinsatz) en de controle op de Nederlandse ambtenarij werd verscherpt.
Burgemeester Edward Voûte was door de bezetter aangesteld en was een collaborateur (lid van de NSB). Deze maatregel was waarschijnlijk bedoeld om (dreigende) stakingen, sabotage of het onderduiken van ambtenaren tegen te gaan. Kort na de datum van dit document, in april/mei 1943, braken in heel Nederland de bekende April-meistakingen uit als protest tegen het krijgsgevangenschap van Nederlandse militairen. Documenten zoals deze laten zien hoe het ambtelijk apparaat instrumenteel werd gemaakt aan het handhaven van de orde onder het nazi-regime.