Ambtsbericht / Rapportage.
Origineel
Ambtsbericht / Rapportage. 11 oktober 1943. De Inspecteur (w.g. De Haer). R A P P O R T
No. 46A/3/24 M. 1043 11/10 [stempel/typschrift]
[handgeschreven rechtsboven:] vD besproken
Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen.
De Heer Bergveld deelde mij telefonisch mede, dat de Heer Lammers op Donderdag jl. een bespreking met den Wethouder heeft gehad. Bij deze bespreking is o.a. behandeld de kwestie van den aanvoer van mosselen voor het a.s. mosselen-seizoen. Lammers heeft den Wethouder medegedeeld, dat van Zeeland geen of althans geringe aanvoer te verwachten is. Mosselen zouden kunnen worden aangevoerd door Koster en Wagemaker van Wieringen.
Koster en Wagemaker hebben drie schepen en wel twee met generatoren en een op stookolie.
[gemarkeerd met een haak in de linkermarge:]
Indien naar Amsterdam 2 maal per week een schuit met mosselen moet worden gezonden dan dienen de drie schepen geregeld in de vaart te blijven n.l. een moet geregeld visschen en twee aanvoeren.
Wagemaker, de bezitter van de schuit zonder generatoren ontvangt echter slechts een geringe toewijzing van olie.
De Wethouder verwacht van den Directeur van het Marktwezen een brief waarbij hem verzocht wordt er bij den Nederlandsche Visscherij Centrale op aan te dringen om meer olie voor Wagemaker beschikbaar te stellen.
Inmiddels heb ik aan den Heer Bergveld medegedeeld, dat ik mij met den N.V.C. reeds in verbinding heb gesteld en wel met den Heer Nijmeyer, die belast is met de verdeeling van de voor de visscherij beschikbare olie met het verzoek om zoo mogelijk aan Wagemaker ruimer olie toe te wijzen.
Deze Heer deelde mij mede, dat de kans om meer olie toe te wijzen, niet groot is. Hij verzoekt mij Wagemaker te willen mededeelen, dat deze zich nog maar eens schriftelijk tot hem moest wenden om voor de bevrachting naar Amsterdam een extra toewijzing olie te mogen ontvangen.
Tevens gaf de Heer Nijmeyer in overweging, dat Amsterdam zich zou wenden tot de bevrachtingscommissie te Amsterdam om Wagemaker olie toe te wijzen.
Wagemaker heb ik medegedeeld, dat hij zich tot de N.V.C. moet wenden.
De Heer Bergveld van een en ander door mij ~~medegedeeld~~ mededeeling gedaan, vond het niet meer noodig, dat opgemelden brief door Directeur zou worden geschreven, doch wel, dat ~~Wagemaker~~ [handgeschreven:] Wethouder een kort resume van de gevoerde besprekingen zou ontvangen.
11 October 1943.
De Inspecteur,
w.g. De Haer.
--- * Kernproblematiek: Het document beschrijft de logistieke uitdagingen om Amsterdam van mosselen te voorzien tijdens de Tweede Wereldoorlog. De aanvoer uit Zeeland (traditioneel het mosselcentrum) is gestokt, waardoor men moet uitwijken naar vissers uit Wieringen.
* Schaarste en Techniek: Er is een nijpend tekort aan vloeibare brandstof (stookolie). Twee van de drie beschikbare schepen varen op "generatoren" (waarschijnlijk houtgasgeneratoren, een destijds veelgebruikt alternatief voor olie). Het derde schip is afhankelijk van olie, maar de rantsoenering belemmert een continue vaart.
* Bureaucratische gang van zaken: Het rapport illustreert het overleg tussen verschillende instanties (Marktwezen, Wethouder, N.V.C.). Er is sprake van een "lijntje" tussen de lokale inspecteur en de landelijke verdeelorganisatie (N.V.C.).
* Correcties: De handgeschreven correctie aan het einde (Wagemaker -> Wethouder) is essentieel; het is de politiek verantwoordelijke (de wethouder) die een samenvatting moet krijgen, niet de visser zelf.
--- Dit document stamt uit oktober 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland leidde tot extreme schaarste aan voedsel en brandstoffen.
- De N.V.C.: De Nederlandsche Visscherij Centrale was een door de bezetter ingestelde organisatie die de gehele visserijsector controleerde, inclusief de distributie van brandstof en de toewijzing van vangstgebieden.
- Voedselvoorziening: Voor een grote stad als Amsterdam was de vis- en mosselvangst cruciaal om het tekort aan vlees en ander proteïnerijk voedsel op te vangen.
- Zeeland: De geringe aanvoer uit Zeeland kan te maken hebben met de inundaties (onderwaterzettingen) door de Duitsers of de beperkte bewegingsvrijheid in de kustwateren vanwege de "Atlantikwall".
- Houtgasgeneratoren: Het feit dat twee schepen op generatoren voeren, is kenmerkend voor het straat- en vaarbeeld van 1943-1944. Bij gebrek aan benzine of olie werd hout of turf vergast om motoren aan te drijven.