Gedrukte bladzijde uit een officieel reglement (waarschijnlijk het 'Reglement op de Rechtstoestand van Ambtenaren').
Origineel
Gedrukte bladzijde uit een officieel reglement (waarschijnlijk het 'Reglement op de Rechtstoestand van Ambtenaren'). Ongeveer eerste helft 20e eeuw (gebaseerd op typografie en taalgebruik). 4
ART. 10
De ambtenaar is, desgevorderd, verplicht overwerk te verrichten en in den nacht, op Zondag, op algemeen erkende Christelijke feestdagen en op door Burgemeester en Wethouders aangewezen feestdagen dienst te doen.
§ 3. Bezoldiging en toeslagen.
ART. 11
De bezoldiging der ambtenaren wordt bij afzonderlijk besluit van den Gemeenteraad geregeld.
ART. 12
(1) Burgemeester en Wethouders regelen de indeeling van de betrekkingen der ambtenaren in de salarisgroepen.
(2) Voor de periodieke verhoogingen van het salaris en de toepassing van de regeling van de bezoldiging der ambtenaren stellen Burgemeester en Wethouders, met inachtneming van de bepalingen in dit Reglement en van het raadsbesluit, bedoeld in art. 11, zoo noodig nadere voorschriften vast.
(3) Burgemeester en Wethouders kunnen, indien bijzondere omstandigheden hiertoe aanleiding geven, aan den ambtenaar boven zijn salaris een toelage toekennen.
ART. 13
(1) De aanstelling van den volwassen ambtenaar geschiedt, voorzoover in dit Reglement niet anders is bepaald, ten minste op het minimum-salaris van de salarisgroep, waarin de betrekking, in welke de ambtenaar wordt aangesteld, is ingedeeld.
(2) De aanstelling van den jeugdigen ambtenaar geschiedt op het salaris, voor zijn leeftijd bepaald.
ART. 14
(1) Bevordering van een werkman tot ambtenaar en van een ambtenaar tot een in een hoogere salarisgroep ingedeelde functie, gepaard gaande met het verrichten van arbeid van meer gewicht of verantwoordelijkheid — zulks ter beoordeeling van Burgemeester en Wethouders — dan vóór de bevordering, geeft aanspraak op verhooging van het salaris met een bedrag, gelijk aan de periodieke verhooging, vastgesteld voor de salarisgroep, waarin de hoogere functie is ingedeeld. T
(2) Bevordering heeft nimmer tot gevolg vermindering van salaris.
ART. 15
(1) Indien de ambtenaar, die pensioen geniet wegens het vervuld hebben van een betrekking bij de Gemeente, is of wordt aangesteld in een
[Marginale notities links bij Art. 14:]
Gewijzigd
volg nr 565
Afd. I A
Afdel. 3 '41
volg nr 121
[Handgeschreven toevoeging onderaan, gemarkeerd met T:]
T tenzij de Burgemeester in een bijzonder geval van oordeel is, dat verhooging van het salaris achterwege dient te blijven &
--- * Inhoud: Het document beschrijft de arbeidsvoorwaarden van gemeenteambtenaren, met specifieke focus op de verplichting tot overwerk (Art. 10), de vaststelling van salarissen door de Gemeenteraad (Art. 11), de bevoegdheden van B&W omtrent salarisgroepen en toeslagen (Art. 12), de beginsalarissen bij aanstelling (Art. 13) en de regels bij promotie (Art. 14).
* Juridische aspecten: Het reglement legt de hiërarchie vast tussen de Gemeenteraad (algemene regels) en Burgemeester en Wethouders (uitvoering en specifieke gevallen).
* Wijzigingen: Het document is een werkexemplaar. Artikel 14, eerste lid, is aangepast. De handgeschreven toevoeging onderaan (gemarkeerd met een 'T') voegt een discretionaire bevoegdheid toe aan de Burgemeester om in uitzonderlijke gevallen af te zien van de automatische salarisverhoging bij promotie. De aantekeningen in de marge verwijzen naar de administratieve afhandeling en besluitnummers van deze wijziging (o.a. uit 1941).
--- Dit blad maakt deel uit van de lokale wetgeving van een Nederlandse gemeente in een tijdperk waarin de rechtstoestand van ambtenaren nog sterk lokaal werd bepaald (voor de vergaande landelijke harmonisatie). De expliciete vermelding van "Christelijke feestdagen" in Artikel 10 is tekenend voor de sociaal-religieuze context van die periode. Ook het onderscheid tussen "werkman" (handarbeider) en "ambtenaar" in Artikel 14 getuigt van de toenmalige strikte hiërarchische indeling van het gemeentepersoneel. De aantekening "Afdel. 3 '41" suggereert dat deze wijzigingen mogelijk tijdens de bezettingsjaren zijn doorgevoerd of bijgehouden.