Officiële machtiging van het Parket van de Officier van Justitie.
Origineel
Officiële machtiging van het Parket van de Officier van Justitie. 1 april 1943. (Inclusief doorhalingen en handgeschreven toevoegingen)
PARKET VAN DEN
OFFICIER VAN JUSTITIE
TE AMSTERDAM
AMSTERDAM, 1 April 1943.
No.
Bijlage
Men wordt verzocht bij de aanhaling dezer
missive, nevenstaand nummer te vermelden!
No. 76a/117/1 M. 1943
[Stempel in blauw:]
ECON. AFDEELING
ZACHT 43 2/4
[Handgeschreven in paarse inkt, rechtsboven:]
M. v.d. Muller (?)
Hiermede machtig ik den ~~Inspecteur~~
der Domeinen te Amsterdam de opbrengst
van het inbeslaggenomene ca
Lubbertus Hoeve
geb. 23. 6. 1886
wonende te Elburg, Ellestraat 2
over te maken aan
L. Hoeve voornoemd.
Machtiging verleend d.d. 2 Dec. 1942
inbeslaggenomen op 25. 8. 1942
19 kisten gerookte aal of paling
De Officier van Justitie:
[Handtekening]
[Handgeschreven toevoeging onder de handtekening:]
Administrateur
der gemeentelijke
Vischafslag te Amsterdam
Den Heer ~~Inspecteur der Domeinen~~
~~te~~
AMSTERDAM.
U.G.S. 1001 - 15.000 - 1941 * Administratieve wijziging: De voorgedrukte tekst was gericht aan de "Inspecteur der Domeinen" (die normaal gesproken over verbeurdverklaarde goederen ging). Dit is handmatig gewijzigd naar de "Administrateur der gemeentelijke Vischafslag te Amsterdam". Dit wijst erop dat de visafslag de bederfelijke waar (paling) direct na de inbeslagname heeft geveild en het geld in depot hield.
* Economische Delicten: De stempel "ECON. AFDEELING" geeft aan dat de zaak behandeld werd door de economische afdeling van het parket. Tijdens de bezetting hielden zij zich bezig met overtredingen van de distributiewetgeving en prijsbeheersing (zwarte handel).
* Tijdslijn: De vis is in augustus 1942 in beslag genomen. De machtiging tot terugbetaling volgt pas acht maanden later, in april 1943.
* Persoonsgegevens: Lubbertus Hoeve (1886-1961) was inderdaad een bekende visser/viskoopman uit Elburg. De Ellestraat 2 in Elburg is een historisch pand in de oude kern. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de handel in levensmiddelen, waaronder vis uit het IJsselmeer (de voormalige Zuiderzee), onderworpen aan strenge regels van de Duitse bezetter. Inbeslagnames door de Economische Controledienst (ECD) kwamen veelvuldig voor als men vermoedde dat goederen buiten de officiële kanalen om werden verhandeld.
Dat de Officier van Justitie in dit specifieke geval de opbrengst vrijgeeft aan Lubbertus Hoeve, duidt erop dat de zaak is geseponeerd of dat de visser is vrijgesproken. Omdat de aal inmiddels verkocht was (vanwege de beperkte houdbaarheid), ontving de rechthebbende de financiële waarde in plaats van de goederen zelf. Dit document vormt een tastbaar bewijs van de bureaucratische afhandeling van economische controle tijdens de bezettingsjaren. L. Hoeve M. v.d. Muller