Administratieve notitie op een officieel formulier ("Bijblad").
Origineel
Administratieve notitie op een officieel formulier ("Bijblad"). [In kader linksboven]
B I J B L A D V A N :
M. No. 766/42/1 in 1943
DOORGEZONDEN: 28/3/43
[Hoofdtekst]
doch standpunt S.a.v.
Busman is nu weer gewijzigd!
zie brief N.V.C.. Nu 50% - 50% en
mag zelf visch houden en dan niet
in de vrije verdeeling HD 6/43.
- Het verzoek van P. Hogerbirck dient m.i. te
worde afgewezen.
Busman moet thans geen 40% doch
60% van de door hem uit IJmuiden aangevoerde visch
aan de Gen. afslag leveren. 40% moet
hij doorleveren aan oude klanten. B. ont-
vangt voor zijn zaak toewijzing van de
geheele afslag.
Rienstra moet zijn visch aanvoer in
IJmuiden geheel aan de visch afslag leveren
en ontvangt voor zijn zaak toewijzing
uit de verdeeling. Insp. visch 2-4-'43 det H.
7-7-43
[Linksonder]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 Dit document betreft de regulering van de visdistributie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het beschrijft specifieke besluitvorming rondom de quota en leveringsplichten van individuele vissers of vishandelaren (Busman en Rienstra) in IJmuiden.
Kernpunten uit de tekst:
* Wijziging standpunt: Er is sprake van een herziening van de regels voor "Busman" na correspondentie met de N.V.C. (Nederlandsche Visch Centrale). De verdeling wordt vastgesteld op 50/50, waarbij eigen voorraad beperkingen oplegt voor deelname aan de vrije verdeling.
* Afwijzing: Een verzoek van een zekere P. Hogerbirck wordt negatief beoordeeld.
* Quota Busman: Hij moet nu 60% van zijn aanvoer uit IJmuiden aan de centrale afslag leveren en mag 40% aan zijn "oude klanten" leveren.
* Quota Rienstra: Voor Rienstra gelden strengere regels; hij moet zijn gehele aanvoer aan de afslag leveren en krijgt vervolgens via de officiële verdeling weer vis toegewezen voor zijn eigen zaak. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visch Centrale (NVC) hield toezicht op de visserijsector om zwarte handel te voorkomen en een eerlijke (of door de bezetter gewenste) verdeling te garanderen.
IJmuiden was de belangrijkste vissershaven, en de "afslag" (de visveiling) fungeerde als het centrale controlepunt. Ambtenaren en inspecteurs (zoals de "Insp. visch" in de tekst) hielden nauwgezet bij welke percentages van de vangst direct naar de centrale distributie moesten en wat handelaren mochten behouden voor hun vaste klantenkring. De tekst illustreert de bureaucratische fijnmazigheid van de oorlogseconomie in 1943. M. No M. No P. Hogerbirck