Handgeschreven ambtelijke notitie (waarschijnlijk van een telefonisch onderhoud of vergadering).
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie (waarschijnlijk van een telefonisch onderhoud of vergadering). 11 juni 1942, om 15:00 uur (3 uur). voor werkzaamheden.
grossiers leveren aan Ver. Veiling
10 %. en Veiling moet dan
voor rest zorgen. Voor transport
e.d. onder toezicht van
niet-Joodsche Commissie.
______
Vordering v. grossiers
rechtskracht geven.
Mededeeling aan grossiers.
Niet voldoen = verstoren
orde C.M.
_____
Th. Gomb. 11/6 1942 / 3 uur
_______
als aanvoer zeer gering
geen toewijzing voor Joden
als moeilijkheden ontstaan
met Gombault.
bevoegdheden MW. mogen niet
worden aangetast door
Commissie.
Com. moet samenwerken met
gemeente Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Nederland op economisch gebied.
- Segregatie in de handel: De notitie vermeldt dat transport en overige zaken onder toezicht staan van een "niet-Joodsche Commissie". Dit duidt op de 'arisering' van de sector, waarbij Joodse ondernemers werden uitgesloten van de reguliere handelskanalen.
- Systematische uitsluiting: De instructie "als aanvoer zeer gering geen toewijzing voor Joden" is een expliciet voorbeeld van hoe schaarste werd misbruikt om de Joodse bevolking te marginaliseren en uit te hongeren. Bij een tekort aan producten kregen Joden simpelweg niets meer toegewezen.
- Bestuurlijke dwang: Er wordt gesproken over het geven van "rechtskracht" aan vorderingen bij grossiers. Het niet naleven van deze regels werd gezien als een verstoring van de orde (C.M. staat hier waarschijnlijk voor Crisis-Maatregel).
- Bevoegdheden: De afkorting MW staat vermoedelijk voor het Marktwezen. Er is sprake van een machtsstrijd of afbakening van taken tussen de nieuwe "Commissie", het Marktwezen en de lokale gemeenten. De datum, 11 juni 1942, is cruciaal. Dit was slechts enkele weken voordat de grootschalige deportaties vanuit Nederland naar de vernietigingskampen in het oosten begonnen (juli 1942). In deze periode werden Joden al nagenoeg volledig uit het openbare en economische leven geweerd door middel van honderden verordeningen.
Théophile Gombault, wiens naam in de notitie staat, was een topambtenaar bij het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO). Hoewel de Nederlandse voedselvoorziening tijdens de bezetting vaak wordt geprezen om haar efficiëntie (waardoor hongersnood tot 1944 werd voorkomen), toont dit document de schaduwzijde: die efficiëntie werd mede gebruikt om de bezetter te faciliteren in de uitsluiting van de Joodse bevolking van de eerste levensbehoeften. Marktwezen Rijksbureau
Samenvatting
Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Nederland op economisch gebied.
- Segregatie in de handel: De notitie vermeldt dat transport en overige zaken onder toezicht staan van een "niet-Joodsche Commissie". Dit duidt op de 'arisering' van de sector, waarbij Joodse ondernemers werden uitgesloten van de reguliere handelskanalen.
- Systematische uitsluiting: De instructie "als aanvoer zeer gering geen toewijzing voor Joden" is een expliciet voorbeeld van hoe schaarste werd misbruikt om de Joodse bevolking te marginaliseren en uit te hongeren. Bij een tekort aan producten kregen Joden simpelweg niets meer toegewezen.
- Bestuurlijke dwang: Er wordt gesproken over het geven van "rechtskracht" aan vorderingen bij grossiers. Het niet naleven van deze regels werd gezien als een verstoring van de orde (C.M. staat hier waarschijnlijk voor Crisis-Maatregel).
- Bevoegdheden: De afkorting MW staat vermoedelijk voor het Marktwezen. Er is sprake van een machtsstrijd of afbakening van taken tussen de nieuwe "Commissie", het Marktwezen en de lokale gemeenten.
Historische Context
De datum, 11 juni 1942, is cruciaal. Dit was slechts enkele weken voordat de grootschalige deportaties vanuit Nederland naar de vernietigingskampen in het oosten begonnen (juli 1942). In deze periode werden Joden al nagenoeg volledig uit het openbare en economische leven geweerd door middel van honderden verordeningen.
Théophile Gombault, wiens naam in de notitie staat, was een topambtenaar bij het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO). Hoewel de Nederlandse voedselvoorziening tijdens de bezetting vaak wordt geprezen om haar efficiëntie (waardoor hongersnood tot 1944 werd voorkomen), toont dit document de schaduwzijde: die efficiëntie werd mede gebruikt om de bezetter te faciliteren in de uitsluiting van de Joodse bevolking van de eerste levensbehoeften.