Archiefdocument
Origineel
3 a . [linksboven, handgeschreven]
Behoort bij brief . . . . . . [middenboven, handgeschreven]
Bijlage bij adviesbrief aan de Nederlandsche Visscherij Centrale van den Gemeentelijken Afslag te Amsterdam voor door den afslag voor rekening der Nederlandsche Visscherij Centrale verkochte bokkingen.
Door de Nederlandsche Visscherij Centrale zijn
ten verkoop gezonden: zie gespecificeerde staat: 1.597.274 stuks
(Bij contrôle vrachtbrieven N.S. bleek, dat 18
kistjes à 150 stuks merk T.A. zich niet in
wagon hadden bevonden; N.S. stelt hiernaar
momenteel een onderzoek in).
Afgekeurd door Keuringsdienst van Waren:
zie gespecificeerde staat:
bij aankomst op de Vischmarkt: 53.472 st
bij den kleinhandel: 21.125 "
74.597 stuks [onderstreept]
Voor de Nederlandsche Visscherij Centrale ver- 1.522.677 stuks
kocht:
à f. 10.- per 100 stuks = f. 152.267,70
[Groot blauw handgeschreven paraaf/merk over de volgende regels]
Door Jongbloed [bokkingen - handgeschreven] geïnd: f. 152.235,10
141 op de Vischmarkt uitgedeeld= " 14,10
Marktwezen nog te betalen:
185 stuks " 18,50
f. 152.267,70
[Handgeschreven onderaan:] Ter attentie van Ph. Muller Dit document vormt een administratief bewijsstuk van een grootschalige visverhandeling. Enkele opvallende zaken:
1. Logistieke controle: Er is sprake van een actieve controle op vrachtbrieven waarbij een tekort van 18 kistjes (2.700 stuks) is geconstateerd. Het feit dat de N.S. een onderzoek instelt, duidt op een strakke ketenbewaking.
2. Kwaliteitsbewaking: Bijna 5% van de zending is afgekeurd door de Keuringsdienst van Waren. Opvallend is dat een aanzienlijk deel (21.125 stuks) pas in de kleinhandel als ondeugdelijk is aangemerkt.
3. Financiële afhandeling: De verkoopprijs was f. 10,- per 100 stuks. De handgeschreven specificatie onderaan laat zien dat het totaalbedrag bijna volledig is geïnd door de heer Jongbloed, op kleine posten na voor uitgedeelde vis en een restpost bij het Marktwezen.
4. Archaïsmen: Het gebruik van de 'ringel-s' (visscherij) en de 'ch' (vischmarkt) is kenmerkend voor de Nederlandse spelling vóór de wijziging van 1947 (spelling-Marchant). De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was een crisis-organisatie, opgericht in 1934 onder de Crisis-visserijwet. In een tijd van economische depressie en later oorlogsdreiging, reguleerde de overheid de visserijsector om prijzen te stabiliseren en de voedselvoorziening te waarborgen. De NVC fungeerde als een centraal verkoop- en distributieorgaan. Dit document weerspiegelt de bureaucratische nauwkeurigheid waarmee deze gecentraliseerde economie werd bestuurd. Amsterdam, met zijn centrale vismarkt en afslag, speelde hierin een spilfunctie. De genoemde namen (Jongbloed en Muller) betreffen waarschijnlijk specifieke functionarissen binnen deze overheidsapparaten.