Officiële brief/kennisgeving van huurontbinding.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving van huurontbinding. 30 maart 1943. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). De heer C. Dekker, Grossier Centrale Markt, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. [Stempel linksboven in paars]: No. 66/9/4 M. 1943 [handgeschreven toevoeging]: 31/3
Aan
den heer C. Dekker,
Grossier Centrale Markt,
Jan van Galenstraat 14,
A L H I E R (W).
L.M. 233 30 Maart 1943.
-1943-
Ik deel U mede te hebben besloten om, gerekend te zijn inge-
gaan 1 Maart 1943, het met U gesloten huurcontract in zake de
pakhuisafdeeling Hal Nis 1 op de Centrale Markt als ontbonden te
beschouwen.
vM De Burgemeester van Amsterdam,
**(get) Voûte**
**de Gemeentesecretaris,**
**(get.) J. F. FRANKEN**
[Rechtsonder handgeschreven]: oud m. Dit document betreft een eenzijdige opzegging van een huurovereenkomst door de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ontvanger, de heer C. Dekker, was een groothandelaar (grossier) die een pakhuisruimte ("Hal Nis 1") huurde op het terrein van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat.
Enkele opvallende administratieve details:
* Terugwerkende kracht: Hoewel de brief gedateerd is op 30 maart 1943, wordt de huur met terugwerkende kracht ontbonden per 1 maart 1943. Dit duidt op een voldongen feit of een dringende administratieve noodzaak vanuit de gemeente.
* Ondertekening: De brief is namens burgemeester Edward Voûte en gemeentesecretaris J.F. Franken opgesteld. De aanduiding "(get.)" betekent 'getekend' en wijst erop dat dit een officieel afschrift is van het ondertekende origineel.
* Annotaties: De handgeschreven notitie "Marktw." verwijst naar de afdeling Marktwezen. "oud m." onderaan de pagina is waarschijnlijk een archief- of dossierverwijzing. De brief is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Edward Voûte was door de bezetter aangesteld als burgemeester van Amsterdam en voerde een beleid dat nauw aansloot bij de instructies van de nazi-autoriteiten.
In deze periode vonden veel van dit soort huurontbindingen plaats op de Centrale Markt. De bezetter wilde de controle over de voedseldistributie centraliseren. Bovendien werden tijdens de 'Arisering' van de economie veel Joodse ondernemers via dergelijke administratieve wegen uit hun bedrijfspanden gezet. Hoewel uit deze specifieke brief niet direct blijkt of de heer Dekker slachtoffer was van anti-Joodse maatregelen, past de dwingende en formele toon van de ontbinding in het bureaucratische klimaat van de bezettingsjaren waarin eigendoms- en huurrechten van burgers vaak ondergeschikt werden gemaakt aan de wil van de overheid. C. Dekker Centrale Markt (Grossier) J.F. Franken Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Dit document betreft een eenzijdige opzegging van een huurovereenkomst door de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ontvanger, de heer C. Dekker, was een groothandelaar (grossier) die een pakhuisruimte ("Hal Nis 1") huurde op het terrein van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat.
Enkele opvallende administratieve details:
* Terugwerkende kracht: Hoewel de brief gedateerd is op 30 maart 1943, wordt de huur met terugwerkende kracht ontbonden per 1 maart 1943. Dit duidt op een voldongen feit of een dringende administratieve noodzaak vanuit de gemeente.
* Ondertekening: De brief is namens burgemeester Edward Voûte en gemeentesecretaris J.F. Franken opgesteld. De aanduiding "(get.)" betekent 'getekend' en wijst erop dat dit een officieel afschrift is van het ondertekende origineel.
* Annotaties: De handgeschreven notitie "Marktw." verwijst naar de afdeling Marktwezen. "oud m." onderaan de pagina is waarschijnlijk een archief- of dossierverwijzing.
Historische Context
De brief is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Edward Voûte was door de bezetter aangesteld als burgemeester van Amsterdam en voerde een beleid dat nauw aansloot bij de instructies van de nazi-autoriteiten.
In deze periode vonden veel van dit soort huurontbindingen plaats op de Centrale Markt. De bezetter wilde de controle over de voedseldistributie centraliseren. Bovendien werden tijdens de 'Arisering' van de economie veel Joodse ondernemers via dergelijke administratieve wegen uit hun bedrijfspanden gezet. Hoewel uit deze specifieke brief niet direct blijkt of de heer Dekker slachtoffer was van anti-Joodse maatregelen, past de dwingende en formele toon van de ontbinding in het bureaucratische klimaat van de bezettingsjaren waarin eigendoms- en huurrechten van burgers vaak ondergeschikt werden gemaakt aan de wil van de overheid.