Strafbeschikking (kopie).
Origineel
Strafbeschikking (kopie). 24 november 1943. [Bovenaan de pagina is de titel "STRAFBESCHIKKING" deels zichtbaar in doorslag]
HEEFT GOEDGEVONDEN :
den verdachte te veroordeelen tot betaling van een geldboete van :
f 100.-- (een honderd gulden)
den verdachte te veroordeelen in de kosten ten beloope van f 100.--, overeenkomstig
de bepalingen van het „Tarief voor Tuchtstrafproceskosten” van 23 Januari 1942 ;
In totaal derhalve f 200.--
verbeurd te verklaren de bij proces-verbaal van den 18 October 1943
inbeslaggenomen goederen ;
te bepalen, dat deze strafbeschikking uitvoerbaar is bij lijfsdwang ;
te bepalen, dat verdachte's zaak gedurende twee jaren zal zijn gesloten ingaande 27 December 1943;
dat deze strafbeschikking openbaar zal worden gemaakt door middel van publicatie in de daarvoor in aanmerking komende bladen;
Amsterdam, den 24 NOV. 1943 194
De Inspecteur voornoemd,
wlg. Mr. H.J.F. Koning
Voor eensluidend afschrift:
[Handtekening onleesbaar]
BETALING van de opgelegde boete plus de verschuldigde kosten moet geschieden binnen acht dagen na de uitreiking der strafbeschikking uitsluitend door storting of overschrijving op postrekening No. 408874 van de Inspectie voor de Prijsbeheersing te Amsterdam, onder vermelding van nummers en letters van dit gerechtelijk schrijven. Bij gebreke hiervan volgt tenuitvoerlegging der strafbeschikking.
BEROEP tegen strafbeschikkingen is mogelijk :
a. indien is opgelegd een geldboete van meer dan f 500.—, al of niet met een bijkomende straf;
b. indien is opgelegd een geldboete van f 500.— of minder, mits daarbij een bijkomende straf is opgelegd, uitgezonderd de bijkomende straf van openbaarmaking.
De verplichting tot betaling van tuchtstrafproceskosten is geen bijkomende straf.
Beroep moet binnen veertien dagen na de uitreiking der strafbeschikking worden ingesteld bij een door den veroordeelde onderteekend beroepschrift, hetwelk moet worden ingediend bij den Gemachtigde voor de Prijzen te Deventer of bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersing, door wien de beschikking in eersten aanleg genomen werd.
N.B. Een in te stellen beroep schort de tenuitvoerlegging der strafbeschikking niet op. Dit document betreft een strafmaatregel tegen een onbekende verdachte (waarschijnlijk een winkelier of handelaar) wegens overtreding van de prijsvoorschriften tijdens de Tweede Wereldoorlog. De straf is drieledig:
1. Financieel: Een boete van 100 gulden plus 100 gulden proceskosten. Voor die tijd een aanzienlijk bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon lag rond de 25-30 gulden).
2. Materieel: De in beslag genomen goederen (van 18 oktober 1943) worden verbeurd verklaard.
3. Bedrijfseconomisch: De zwaarste sanctie is de gedwongen sluiting van de zaak voor een periode van twee jaar. Dit betekende in de praktijk vaak het einde van de onderneming.
De toevoeging van "lijfsdwang" onderstreept de ernst; indien de boete niet betaald kon worden, volgde gevangenisstraf. De openbaarmaking van het vonnis diende als extra publieke vernedering en als afschrikwekkend voorbeeld voor andere ondernemers. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de economie strak gereguleerd om inflatie en de zwarte markt tegen te gaan, maar vooral ook om de Nederlandse middelen ten goede te laten komen aan de Duitse oorlogsmachine. De Inspectie voor de Prijsbeheersing speelde hierin een centrale rol.
Overtredingen zoals het vragen van te hoge prijzen ("prijsopdrijving") of het achterhouden van voorraden ("oppotting") werden streng bestraft via tuchtrechtelijke weg. De hier genoemde "Gemachtigde voor de Prijzen" was de hoogste autoriteit op dit gebied, zetelend in Deventer. De procedure was vaak summier en bood de verdachte weinig bescherming, wat blijkt uit de laatste zin: het instellen van beroep schortte de straf (zoals de sluiting van de zaak) niet op. H.J.F. Koning N.B. Een