Getypte brief / verzoekschrift.
Origineel
Getypte brief / verzoekschrift. 15 mei 1943. G. Dikhout, koopman in groenten en fruit, wonende aan de Bloemstraat 53 te Amsterdam. No. 77/6/6 M. 1943¹⁹/₅
Amsterdam 15 Mei 1943
Edelgestrenge Heer
Geeft met gepasten eerbied ondergeteekende G. Dikhout van
beroep koopman in groenten en fruit wonende te Amsterdam aan de Bloemstraat
no 53 huis te kennen,
dat hy d.d. 13 Mei 1943 een aanschryving van U ontving tot betaling der
standplaats markt Lindengracht welke plaats hem indertyd verstrekt is te
voldoen,
dat hy daaraan onmiddelyk zal voldoen,
dat hy echter nog steeds op schynbaar zakelyke moeielykheden stuit, d.w.z.
dat hem nog steeds geen vergunning wordt verleend om op de centrale Markt
alhier zyn benoodigde artikelen te mogen komen koopen,
dat hy reeds alle pogingen in t werk heeft gesteld , waar hy eertyds zulk een
vergunning had , doch deze hem , werd ontnomen, terwyl hy steeds aan alle
verplichtingen voldeed. doch alleeen werd ontnomen op grond , dat waar hy
ofschoon in vroegere jaren alreeds te Amsterdam ; de laatste jaren voor de
ramp door bombardement in 1940 in Rotterdam deze handel dreef , en thans
niet meer weet waar de kooplieden wonen, waar hy toenmaals te Rotterdam
zyn waren betrok.
Redenen, waarom hy hoopt dat deze zaak voor hem en zyn gezin van bepaald gewicht
nog maals door U of de daarvoor bevoegde Autoriteiten zal worden ter hand
genomen terwyl hy niet gaarne ziet dat by gebrek om zyn goederen ter
centrale markt te kunnen koopen, ook zyn marktvergunning zal worden ingetrok
kendoor het niet voldoen van marktgelden
[Handgeschreven onderaan:] 28/77 In deze brief wendt de Amsterdamse groenten- en fruitkoopman G. Dikhout zich tot een niet nader genoemde autoriteit (vermoedelijk de marktmeester of een gemeentelijke instantie). De kern van zijn verzoek is een bureaucratisch conflict:
1. Betalingsverplichting: Dikhout heeft een aanmaning ontvangen voor het betalen van zijn standplaats op de Lindengracht. Hij verklaart bereid te zijn direct te betalen.
2. Toegang tot voorraad: Zijn probleem is dat hij geen vergunning krijgt om in te kopen op de Centrale Markthallen in Amsterdam. Zonder toegang tot deze groothandel kan hij geen waren verkopen.
3. Reden van weigering: De vergunning is hem ontnomen omdat hij in de jaren voorafgaand aan 1940 in Rotterdam werkzaam was. Door het bombardement op Rotterdam is hij zijn contacten met leveranciers daar kwijtgeraakt, waardoor hij nu volledig afhankelijk is van de Amsterdamse markt.
4. Hulpvraag: Hij vreest dat hij, als hij niet kan inkopen, uiteindelijk zijn standplaatsvergunning zal verliezen omdat hij de marktgelden niet meer kan opbrengen. Hij verzoekt om herziening van zijn zaak in het belang van zijn gezin. De brief is gedateerd op 15 mei 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handel streng gereguleerd en waren vergunningen essentieel om legaal goederen te kunnen betrekken en verkopen.
De verwijzing naar de "ramp door bombardement in 1940 in Rotterdam" duidt op het Duitse bombardement van 14 mei 1940, waarbij het stadscentrum en de havengebieden van Rotterdam werden verwoest. Voor veel handelaren betekende dit niet alleen het verlies van fysieke voorraden, maar ook van hun gehele zakelijke netwerk en administratie. Dikhout probeert hier uit te leggen dat hij door deze overmachtssituatie genoodzaakt is in Amsterdam zijn handel voort te zetten, maar dat de bureaucratie hem hierin belemmert door vast te houden aan zijn eerdere registratie in Rotterdam. De brief toont de precaire situatie van kleine zelfstandigen die klem kwamen te zitten tussen oorlogsgevolgen en strikte regelgeving. G. Dikhout