Archiefdocument
Origineel
27 mei 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). 77/15/2 M.
[Handgeschreven:] Verzonden 27/5
SV
27 Mei 1943.
Den Heer K.A.J. Smit
Admiraal de Ruyterweg 164
Amsterdam-West. wijk 26
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 Mei jl.
en onder verwijzing van den aan U gerichten brief
van den Burgemeester d.d. 6 Mei 1942, bericht ik
U, dat aan Uw verzoek om toegang tot de Centrale
Markt, niet kan worden voldaan.
De Directeur, Dit document is een formele, ambtelijke afwijzing van een verzoek tot toegang. De heer K.A.J. Smit heeft verzocht om toegang tot de Centrale Markt in Amsterdam, maar dit wordt door de directeur geweigerd. Er wordt expliciet verwezen naar een eerdere brief van de Burgemeester van Amsterdam uit mei 1942, wat suggereert dat er al een langduriger dossier over deze kwestie bestond. De brief is kort en zakelijk, zonder verdere onderbouwing voor de weigering, wat typerend is voor de strakke bureaucratische controle in die tijd. De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Centrale Markthal in Amsterdam was in deze periode een strategisch knooppunt voor de voedselvoorziening. Toegang tot de markt was streng gereguleerd en voorbehouden aan geregistreerde handelaren met de juiste papieren. De burgemeester in mei 1942 was Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld.
In 1943 was de schaarste groot en de controle op distributie en "zwarte handel" extreem streng. Een weigering voor toegang kon verschillende achtergronden hebben: van het niet bezitten van de juiste handelspapieren tot uitsluiting op basis van de anti-Joodse maatregelen van de bezetter, of simpelweg het beperken van het aantal personen op het marktterrein om de controle te behouden. De woonplaats van de geadresseerde, Admiraal de Ruyterweg 164, ligt op korte afstand van de Centrale Markthal. K.A.J. Smit
Samenvatting
Dit document is een formele, ambtelijke afwijzing van een verzoek tot toegang. De heer K.A.J. Smit heeft verzocht om toegang tot de Centrale Markt in Amsterdam, maar dit wordt door de directeur geweigerd. Er wordt expliciet verwezen naar een eerdere brief van de Burgemeester van Amsterdam uit mei 1942, wat suggereert dat er al een langduriger dossier over deze kwestie bestond. De brief is kort en zakelijk, zonder verdere onderbouwing voor de weigering, wat typerend is voor de strakke bureaucratische controle in die tijd.
Historische Context
De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Centrale Markthal in Amsterdam was in deze periode een strategisch knooppunt voor de voedselvoorziening. Toegang tot de markt was streng gereguleerd en voorbehouden aan geregistreerde handelaren met de juiste papieren. De burgemeester in mei 1942 was Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld.
In 1943 was de schaarste groot en de controle op distributie en "zwarte handel" extreem streng. Een weigering voor toegang kon verschillende achtergronden hebben: van het niet bezitten van de juiste handelspapieren tot uitsluiting op basis van de anti-Joodse maatregelen van de bezetter, of simpelweg het beperken van het aantal personen op het marktterrein om de controle te behouden. De woonplaats van de geadresseerde, Admiraal de Ruyterweg 164, ligt op korte afstand van de Centrale Markthal.