Ambtelijk schrijven / brief.
Origineel
Ambtelijk schrijven / brief. 24 januari 1935. Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke afdeling of inspectie, gezien de referentie "P/G"). Den Heer Voorzitter van den Levensmiddelenraad, Raadhuis, Alhier (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de vormgeving). [Handgeschreven: Extra]
P/G
47/5 M
1
24 Januari 1935
Verkoop nopjes-rubber
op markten.
den Heer Voorzitter van den
Levensmiddelenraad
Raadhuis
A l h i e r
Onder terugzending van het met Uw apostille no. I/9 L.M.R. d.d. 12 dezer om bericht ontvangen stuk heb ik de eer U mede te deelen, dat het onderhavige rapport van de Commissie voor Schoeisel geen nieuwe gezichtspunten opent, betreffende den verkoop van rubberzolen en -hakken op de markten.
Wanneer de Commissie als haar meening te kennen geeft, dat op de markten wel degelyk schoenmakerswerk wordt ver-richt, bestaande in het bevestigen van rubberzolen en -hakken aan schoenen, dan is dat eene petitio principii. Immers, in myn arpport no. 20/108 M d.d. 1 December j.l. heb ik reeds uiteengezet, dat in alle gevallen de verkoop der producten hoofdzaak is en dat het opplakken slechts zelden en meestal gratis geschiedt. Dat sommige kooplieden, ter bevordering van hun zaken, aankondigen, dat zy "eerste klas schoenreparaties" verrichten, maakt hun marktplaats nog niet tot schoenmakery, aangezien het reparatiewerk uitsluitend bestaat in het opplakken van nopjesrubber. Van het lappen van schoenen of het bevestigen van leeren zolen en hakken is geen sprake.
De door de Commissie vermelde gevallen waren grooten- * Kern van het geschil: Er bestaat een meningsverschil tussen de "Commissie voor Schoeisel" en de schrijver van deze brief over de vraag of marktkooplieden die rubberen zolen verkopen en opplakken, zich schuldig maken aan (ongeoorloofde) uitoefening van het schoenmakersambacht.
* Argumentatie: De schrijver stelt dat er geen sprake is van echt schoenmakerswerk. Hij voert aan dat de verkoop van het product de hoofdzaak is en dat het opplakken een bijkomstige (vaak gratis) service is. Hij maakt een scherp onderscheid tussen het simpelweg opplakken van "nopjes-rubber" en het echte ambachtelijke werk, zoals het herstellen ("lappen") van schoenen of het werken met leer.
* Retoriek: De schrijver gebruikt de term petitio principii (een cirkelredenering), waarmee hij de Commissie verwijt dat ze hun conclusie al als uitgangspunt nemen zonder dit te bewijzen.
* Typfout: In de tweede alinea staat een duidelijke typefout: "arpport" in plaats van "rapport". Dit document stamt uit 1935, midden in de crisisjaren. In deze periode was er grote concurrentie tussen gevestigde ambachtslieden (die aan strenge regels en belastingen gebonden waren) en goedkopere marktkooplieden. Gevestigde schoenmakers probeerden via commissies hun territorium te beschermen tegen wat zij zagen als oneerlijke concurrentie op de markt.
"Nopjes-rubber" was een goedkoop alternatief voor de traditionele leren verzoling. Het feit dat marktkooplieden dit ter plekke op de schoenen van klanten plakten, werd door de ambachtelijke schoenmakers gezien als een inbreuk op hun beroepsveld. De discussie in deze brief is een typisch voorbeeld van de bureaucratische afbakening van beroepen en de regulering van de handel in de jaren dertig. De rode onderstrepingen geven aan welke delen van het argument door een latere lezer of beoordelaar als cruciaal werden beschouwd voor de verdediging van de marktkooplieden.