Getypte ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memorandum. 28 mei 1935. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Marktdienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te 'Alhier' (betreft vermoedelijk een Nederlandse gemeente). [Linksboven:]
20/53 M
n diverse
[Midden boven, handgeschreven:]
extra
[Rechtsboven:]
H/G
28 Mei 1935
[Links:]
Schoenreparatie op
de markten.
[Rechtsonder de datum:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen
A l h i e r
[Inhoud:]
Onder terugzending van de met Uw kantbrieven d.d. 13 en 20 Mei j.l. om advies ontvangen stukken no. 501 L.M. heb ik de eer U te berichten, dat den desbetreffenden kooplieden is aangezegd, dat zy, indien zy het opplakken van rubberzolen en het repareeren van schoenen op de markten niet nalaten, van de markt zullen worden verwyderd.
Den marktopzichters is opgedragen hieraan streng de hand te houden.
[Ondertekening:]
De Directeur,
[Blauwe stempel:]
Accoord met door Directeur
geparafeerde minute.
De Secretaris: * Taal en Spelling: Het document is opgesteld in formeel-zakelijk Nederlands met de destijds gangbare spelling (bijv. "zy", "repareeren", "verwyderd").
* Inhoud: De directeur rapporteert aan de wethouder dat er actie is ondernomen tegen marktkooplieden die nevenactiviteiten ontplooiden, specifiek het ter plaatse repareren van schoenen en het opplakken van rubberzolen.
* Handhaving: Er wordt gedreigd met verwijdering van de markt bij voortduring van deze activiteiten. De marktopzichters hebben de expliciete opdracht gekregen om hier strikt op toe te zien.
* Administratieve proces: De brief is een reactie op eerdere verzoeken om advies ("kantbrieven") van de wethouder van 13 en 20 mei 1935. De stempel onderaan geeft aan dat het document overeenstemt met de door de directeur ondertekende minuut (het conceptdossier). Dit document stamt uit 1935, de tijd van de Grote Depressie. In deze periode was er sprake van een sterke reguleringsdrang vanuit de overheid om de gevestigde middenstand te beschermen. Het uitvoeren van ambachtelijke werkzaamheden zoals schoenherstel op een markt (die primair voor de handel in goederen, vaak levensmiddelen, bedoeld was) werd gezien als oneerlijke concurrentie voor de vaste schoenmakers die winkel- en belastinglasten hadden.
Dat de geadresseerde de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is, suggereert dat deze specifieke marktvoorschriften vielen onder de verantwoordelijkheid van de dienst die de voedselvoorziening en marktwezen beheerde, wat in grote steden destijds gebruikelijk was. De strikte toon wijst op een beleid waarbij de scheidslijn tussen markthandel en ambachtelijk winkelbedrijf scherp bewaakt werd.