Archief 745
Inventaris 745-424
Pagina 43
Dossier 92
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte notulen of verslag van een vergadering (waarschijnlijk een raadscommissie).

Origineel

Getypte notulen of verslag van een vergadering (waarschijnlijk een raadscommissie). [Pagina - 2 -]

Indien een beslissing niet naar den zin van de Commissie is, dan kan dat toch geen aanleiding zyn om maar al het werk te staken.

De heer Melhado meent, dat door het niet-opvolgen van het advies van den Levensmiddelenraad door den Gemeenteraad feitelyk de Levensmiddelenraad is uitgeschakeld en het geen zin heeft om verder te werken.

De Directeur van het Marktwezen zegt, dat de Gemeenteraad altyd nog op zyn beslissing kan terugkomen. Dit op zichzelf is reeds een motief, dat de stelling van den heer Melhado niet juist kan zyn.

De Voorzitter sluit de discussies over deze aangelegenheid.

Punt 2: Bespreking reparatie op de markten.

De Voorzitter zegt, dat omtrent dit punt zyn ingekomen een schryven van den Marktkoopliedenbond "Mercurius", een schryven van den Standwerkersbond en een gezamenlyk schryven van spreker en den heer De Jong. Spreker leest deze brieven voor.

De Directeur van het Marktwezen zegt, dat inderdaad alle schoenreparatie op de markten sinds eenigen tyd is verboden. Volgens spreker zit achter de actie om te komen tot een verbod van reparatie op de markten feitelyk de wensch om den verkoop van schoenrubber op de markten onmogelyk te maken, althans om dien sterk te belemmeren. Deze gedachte gang is feitelyk door den Voorzitter van de Commissie voor Schoeisel in den Levensmiddelenraad toegegeven. Men heeft in het verbod van de reparatie een middel gevonden om den verkoop te bemoeilyken. Dit is voor den Wethouder een overweging om deze zaak nogmaals in bespreking te brengen. Volgens sprekers overtuiging is de reparatie op de markten niet van beteekenenden omvang; wel is zy belangryk voor den koopman, omdat hy daardoor in de gelegenheid wordt gesteld nopjesrubber te verkoopen. Deze koopman heeft voor zyn verkoop demonstratie of reparatie noodig, Volgens spreker kan dan ook niet gesproken worden van het hebben van een werkplaats op de markten, omdat daarvoor het aantal reparaties van te geringen omvang is. In het schryven van de heeren Scherf en De Jong wordt gewag gemaakt van een artikel in de Politieverordening, volgens hetwelk de openbare weg niet als werkplaats mag worden gebezigd. Dit artikel is volgens spreker hier niet van toepassing. Immers is de markt, gedurende de uren, dat de markt wordt gehouden, geen openbare weg. Op grond van de Verordening op den Dienst van het Marktwezen berust het beheer en het toezicht op de markten bij sprekers dienst en de Politie heeft daar niets te vertellen. Door het verbod van reparatie is de verkoop op de markt sterk bemoeilykt met als gevolg, dat de betreffende kooplieden in hun bestaan zyn getroffen. Waar de Commissie het algemeen belang heeft te

[Pagina - 3 -]

dienen, heeft zy zich, volgens spreker, rustig en ernstig af te vragen of men met het genomen besluit niet te ver is gegaan. Tevens zal zy zich hebben af te vragen, of het verbod niet een gevolg heeft, waardoor de schoenmakers nog sterker worden gedupeerd dan thans reeds naar hun meening het geval is. In Rotterdam is een zelfde verbod uitgevaardigd en sindsdien is waar te nemen, dat in de onmiddellyke nabyheid van de markten door de kooplieden onderstukken worden gehuurd en als werkplaats worden ingericht. Dit kan wel eens tot gevolg hebben, dat deze kooplieden het drukker krygen dan voorheen en dat de schoenmakers dus het tegenovergestelde bereiken door hun actie dan zy er van verwachten. Bovendien wyst spreker er op, dat deze maatregel consequenties met zich brengt, namelyk deze, dat alle reparaties op de markt zullen moeten worden verboden. Dit is voor Burgemeester en Wethouders een belangryk punt en feitelyk geldt het niet alleen de reparatie doch ook de fabricatie zooals van koekjes, nougat, anysblokjes, bretels e.d. Dit alles zou moeten worden verboden. Mede in verband met deze consequentie stelt de Wethouder het op prys deze aangelegenheid nog eens onder het oog te zien. Spreker meent, dat men de zaak eerlyk moet stellen en dus moet toegeven, dat alhoewel men heeft geageerd tegen de reparatie, men bedoeld heeft den verkoop van nopjesrubber te bemoeilyken.

De heer Snieder spreekt zyn verwondering er over uit, dat deze zaak weer op de agenda is gezet, echter ontzegt hy den Wethouder niet het recht de kwestie van de reparatie op de markten weer aan de orde te stellen en spreker is ook gaarne bereid hierover nader van gedachten te wisselen. Hy stelt het op prys, dat de Directeur van het Marktwezen aan deze bespreking deelneemt. Spreker wyst er op, dat tydens het verbod van reparatie op de markten toch door verschillende kooplieden is doorgewerkt. Dit is geconstateerd door den Voorzitter der Commissie en ook het bestuur van de Federatie van Schoenmakersbonden heeft daarover tal van klachten ontvangen. Uit een briefwisseling van den Amsterdamschen Schoenmakersbond met Marktwezen blykt, dat deze Dienst heeft medegewerkt om het verbod te doen handhaven. Desniettemin hebben de schoenmakers den indruk, dat het verbod niet veel uitwerkt. In deze bespreking komen weer alle motieven, welke indertyd door de schoenmakers zyn weerlegd in versterkte mate naar voren en dus kan opnieuw worden gebegonnen met de uiteenzetting van het standpunt der schoenmakers. In het schryven van den Marktbond "Mercurius" staat uitdrukkelyk, dat het aantal reparaties van geringe beteekenis is doch tevens staat daarin vermeld, dat het verbod de betreffende kooplieden broodeloos maakt. Dat klopt, volgens spreker, niet met elkaar. Dat de marktkoopliedenvereenigingen stryd voeren om de verbodsbepaling ongedaan te maken, houdt reeds in, dat het aantal reparaties wel van beteekenis is. De marktkoopliedenvereenigingen zien hierin een belang voor hun leden, doch ook voor de schoenmakers betreft het hier een levensbelang. De Vereeniging van Standwerkers zegt in haar schryven, dat de markten er zyn om prysregelend op te treden. Spreker geeft dit toe, maar dan moet tevens vaststaan, dat de marktkooplieden een eerlyke concurrentie voeren. Zoo is het echter niet. De marktkooplieden hebben nagenoeg geen kosten, de schoenmakers daarentegen zitten op vele lasten onder meer die, welke het ge- * Taalgebruik: Het document is opgesteld in een formele, ambtelijke stijl met de kenmerkende spelling van vóór de spellinghervorming van Marchant (bijv. "den", "schryven", "tyd", "noodig").
* Kernconflict: Het verslag beschrijft een klassiek conflict tussen ambulante handel (marktkooplieden) en de gevestigde middenstand (schoenmakers). De kern van het geschil draait om een verbod op schoenreparaties op de markt.
* Argumentatie voorstanders verbod (Schoenmakers): Zij vrezen oneerlijke concurrentie omdat marktkooplieden lagere lasten hebben. Zij claimen dat het verbod noodzakelijk is voor hun "levensbelang".
* Argumentatie tegenstanders verbod (Marktwezen/Kooplieden): De Directeur van het Marktwezen stelt dat het verbod eigenlijk bedoeld is om de verkoop van "nopjesrubber" (rubberen zolen) te dwarsbomen. Hij voert aan dat de markt geen "openbare weg" is in de zin van de Politieverordening tijdens markturen, waardoor het verbod op een werkplaats op de weg niet zou gelden. Ook wijst hij op de absurde consequenties: als reparatie verboden wordt, zou ook de "fabricatie" van artikelen als koekjes en nougat op de markt verboden moeten worden.
* Opvallend detail: De vermelding van Rotterdam als praktijkvoorbeeld waarbij een verbod leidde tot het huren van panden vlakbij de markt, wat averechts werkte voor de schoenmakers. Dit document biedt een inkijk in de regulering van de stedelijke economie in Nederland tijdens het interbellum. In deze periode was de druk van de gevestigde middenstand op de overheid groot om de concurrentie van de opkomende goedkope markthandel aan banden te leggen. De "Levensmiddelenraad" en de "Dienst van het Marktwezen" waren cruciale organen in het polderen tussen deze tegenstrijdige belangen. De strijd om "nopjesrubber" illustreert de overgang van traditionele ambachtelijke reparaties (door de schoenmaker) naar de opkomst van doe-het-zelf producten en goedkope halffabricaten die op de markt werden gedemonstreerd en verkocht. De expliciete vermelding van de "Amsterdamsche Schoenmakersbond" bevestigt dat dit debat zich afspeelt binnen de Amsterdamse gemeentepolitiek. Melhado meent (De heer) Snieder spreekt (De heer) Marktwezen Politie

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is opgesteld in een formele, ambtelijke stijl met de kenmerkende spelling van vóór de spellinghervorming van Marchant (bijv. "den", "schryven", "tyd", "noodig").
  • Kernconflict: Het verslag beschrijft een klassiek conflict tussen ambulante handel (marktkooplieden) en de gevestigde middenstand (schoenmakers). De kern van het geschil draait om een verbod op schoenreparaties op de markt.
  • Argumentatie voorstanders verbod (Schoenmakers): Zij vrezen oneerlijke concurrentie omdat marktkooplieden lagere lasten hebben. Zij claimen dat het verbod noodzakelijk is voor hun "levensbelang".
  • Argumentatie tegenstanders verbod (Marktwezen/Kooplieden): De Directeur van het Marktwezen stelt dat het verbod eigenlijk bedoeld is om de verkoop van "nopjesrubber" (rubberen zolen) te dwarsbomen. Hij voert aan dat de markt geen "openbare weg" is in de zin van de Politieverordening tijdens markturen, waardoor het verbod op een werkplaats op de weg niet zou gelden. Ook wijst hij op de absurde consequenties: als reparatie verboden wordt, zou ook de "fabricatie" van artikelen als koekjes en nougat op de markt verboden moeten worden.
  • Opvallend detail: De vermelding van Rotterdam als praktijkvoorbeeld waarbij een verbod leidde tot het huren van panden vlakbij de markt, wat averechts werkte voor de schoenmakers.

Historische Context

Dit document biedt een inkijk in de regulering van de stedelijke economie in Nederland tijdens het interbellum. In deze periode was de druk van de gevestigde middenstand op de overheid groot om de concurrentie van de opkomende goedkope markthandel aan banden te leggen. De "Levensmiddelenraad" en de "Dienst van het Marktwezen" waren cruciale organen in het polderen tussen deze tegenstrijdige belangen. De strijd om "nopjesrubber" illustreert de overgang van traditionele ambachtelijke reparaties (door de schoenmaker) naar de opkomst van doe-het-zelf producten en goedkope halffabricaten die op de markt werden gedemonstreerd en verkocht. De expliciete vermelding van de "Amsterdamsche Schoenmakersbond" bevestigt dat dit debat zich afspeelt binnen de Amsterdamse gemeentepolitiek.

Genoemde Personen 2

Melhado meent (De heer) Snieder spreekt (De heer)

Locaties

Nederland zeer waarschijnlijk Amsterdam (gezien de referentie naar de "Directeur van het Marktwezen" en specifieke marktkoopliedenbonden).

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peer A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Politie

Kooplieden in dit dossier 96

A. Dombroek Waterlooplein
A. Groen Waterlooplein
A.P. Groen Waterlooplein
A. v. Nierop Waterlooplein }
A. van Schaik Waterlooplein
Beier/Willem (✓) Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
C. Groot Waterlooplein
C. de Groot Waterlooplein
C. Grijp Waterlooplein
C. Koning Waterlooplein 80 "
C. Koning Waterlooplein 80 "
C. Koning Waterlooplein 80 pond
A. Troost Azn. Waterlooplein
M. Barkhuizen Waterlooplein "
H.H. de Beer Waterlooplein
De Ruyter/Jacob Waterlooplein vr.pl.Noorderm.
S. Nanninga Waterlooplein vr. pl. Alb. Cuypstraat.
De Vries/Nanning Waterlooplein vr.pl.Alb. Cuypstraat.
D. van Schaik Waterlooplein
E.J. Glimmerveen Waterlooplein
E.J. Glimmerveen Waterlooplein
E. Smit Waterlooplein
Ferron/Johannes (✓) Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
F. Ossendorp Waterlooplein
G. Hendriks Waterlooplein
G. Hessels Waterlooplein
G. Koning Waterlooplein 80 pond
G.J. Lammers Waterlooplein
F.J. Grenzebach Waterlooplein vr.pl.T.K.str.
Alle 96 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3