Verslag van een vergadering (waarschijnlijk een gemeenteraadscommissie of marktraad).
Origineel
Verslag van een vergadering (waarschijnlijk een gemeenteraadscommissie of marktraad). Niet expliciet vermeld op deze pagina's, maar op basis van de context (crisisjaren) en spelling te dateren in de jaren '30 van de 20e eeuw. [Pagina 4]
volg zyn van sociale wetgeving en kunnen onder die omstandigheden niet tegen de marktkooplieden concurreeren. Concurrentie juicht spreker toe, maar dan onder gelyke factoren. Indien de marktkooplieden in de omgeving van de markt een keldertje huren om daar de reparaties te verrichten, is het voor spreker nog de vraag of het wel juist is, dat de markten worden gebruikt als aanbrengkantoor, doch de concurrentie wordt veel eerlyker, indien zoo'n keldertje voldoet aan de eischen, welke de Arbeidswet stelt. Voor spreker staat het ook nog lang niet vast of de marktkooplieden onder die omstandigheden wel tegen de schoenmakers zouden kunnen concurreeren.
De heer Vergouw verklaart uitdrukkelyk, dat de actie van de schoenmakers niet gaat tegen demonstratie op de markten met nopjesrubber, maar uitsluitend en alleen tegen reparatie. De marktkooplieden kunnen demonstreeren met steeds dezelfde schoenen. Tegen den verkoop van nopjesrubber op de markten kan hy geen bezwaar maken, omdat de markten nu eenmaal voor den verkoop zyn bestemd.
De heer De Jong sluit zich aan by den heer Vergouw. J.l.Maandag heeft spreker met den Voorzitter geconstateerd, dat op 5 stands op het Amsteldveld met nopjesrubber alleen werd gedemonstreerd en niet gerepareerd. Daartegen bestaat geen bezwaar. De actie gaat alleen tegen die kooplieden, die repareeren en die hun stand dus als werkplaats ingericht hebben. Spreker is zich bewust, dat het genomen besluit voor het Gemeentebestuur consequenties met zich brengt. Spreker meent echter, dat de Commissie daaraan geen aandacht behoeft te schenken. Uit het feit, dat geen actie wordt gevoerd tegen het repareeren en vervaardigen van andere artikelen op de markten kan zyns inziens slechts worden afgeleid, dat de schoenmakers actiever zyn dan de vertegenwoordigers van andere vakken.
Mevrouw Zegger-Tucker zegt, dat aan dit vraagstuk ook een consumentenbelang vast zit. Voor spreekster is de hoofdzaak de beantwoording van de vraag of de consumenten belang hebben by het verbieden van reparaties op de markten. Spreekster beantwoordt deze vraag bevestigend en wel omdat de consumenten niet alleen belang hebben by een lagen prys, doch ook by vakkundig werk. Waar de Commissie by de behandeling van het winkelvraagstuk het hebben van vakkennis als een vereischte voor een winkelier heeft gesteld, meent zy, dat diezelfde eisch moet gelden voor de marktkooplieden. Spreekster betwyfelt sterk, of op de markten wel vakkundig wordt gerepareerd. Spreekster deelt het standpunt van den heer Snieder betreffende concurrentie onder ongelyke factoren. Omtrent de consequenties van het besluit maakt spreekster zich niet ongerust. Indien echter het vervaardigen en repareeren van andere artikelen op de markten wordt verboden, zou zy daartegen geen bezwaar maken.
De heer Melhado zegt, dat in de eerste besprekingen over dit onderwerp tot uiting is gekomen het bezwaar tegen den verkoop van schoenmakersfournituren op de markten. Onmiddellyk is toen aangevoerd, dat de verkoop niet zou kunnen worden
[Pagina 5]
verboden, doch dat wel maatregelen tegen reparaties mogelyk waren. Daarom begrypt spreker niet, dat deze kwestie thans weer door den Directeur van het Marktwezen op het tapyt wordt gebracht. Spreker wyst er op, dat de Commissie voor Schoeisel zich slechts heeft uit te spreken over zaken, welke de schoenmakersbranche betreffen en dat zy omtrent andere artikelen geen oordeel heeft uit te spreken. De Commissie heeft een besluit genomen, dat gegrond was op het feit, dat de markten niet als werkplaats mogen worden gebruikt en spreker ziet geen reden op dit besluit terug te komen.
De Directeur van het Marktwezen zegt de zaak objectief te willen behandelen, ofschoon hy natuurlyk zelf hieromtrent ook een meening heeft. Ook al worden partyen het in deze bespreking niet eens, toch zal deze voor Burgemeester en Wethouders wel nuttig zyn mede met het oog op de reeds genoemde consequenties van het verbod, die weliswaar de Commissie niet behoeven bezig te houden, doch voor Burgemeester en Wethouders van groot belang zyn in verband met de ontwikkeling van de markten. Voor spreker staat vast, dat een zeer gering percentage van het verkochte nopjesrubber op de markten onder de schoenen wordt geplakt. Het overgroote deel wordt eenvoudig zonder meer verkocht. Volgens spreker moet de Commissie eerlyk erkennen, dat men de byzaak heeft getroffen, doch feitelyk de hoofdzaak, namelyk den verkoop, wilde treffen. Dit moeten, volgens spreker, Burgemeester en Wethouders eerlyk weten. Natuurlyk moeten de consumenten goed en goedkoop worden geholpen. Indien de reparaties op de markten onvakkundig geschieden, zou het daarmede vlug genoeg afgelopen zyn en zou aan het vraagstuk geen aandacht meer behoeven te worden gewyd. Echter is het zoo blykbaar niet; 5 van de 7 kooplieden op het Amsteldveld, welke by deze zaak betrokken zyn, zyn lid van de Centrale van leerhandelaren. Dit zullen dus toch wel vakkundige menschen zyn. Bovendien betreft het hier een werk, dat zeer spoedig goed geleerd kan worden. Volgens spreker is de consument niet slecht uit, als hy goedkoop op de markten wordt bediend. In den Levensmiddelenraad is daarop ook al gewezen, vooral met het oog op den slechten tyd. Spreker wyst er nog op, dat de kosten van de marktkooplieden niet zoo gering zyn als de heer Snieder blykbaar meent. Weliswaar betalen zy slechts 15 cent per dag aan marktgeld, doch daarnaast hebben zy nog verschillende andere kosten. Men kan dus niet zeggen, dat hier sprake is van een wanstaltige oneerlyke verhouding. Indien deze kooplieden gedwongen worden in de nabyheid van de markten een keldertje te huren, zou het wel eens kunnen gebeuren, dat hun omzet sterk toeneemt en dan zouden de schoenmakers nog verder van huis zyn.
De heer Van Wynen vindt het zeer nuttig, dat deze zaak nog eens aan de orde wordt gesteld, omdat thans verschillende punten naar voren zyn gekomen, waaraan in vorige besprekingen niet voldoende aandacht is besteed. Men heeft, zegt spreker, hier zeer sterk te doen met een crisisverschynsel. Tal van menschen, die er vroeger niet aan dachten op de markten te koopen, zien zich thans door armoede genoodzaakt De tekst weerspiegelt een klassiek sociaal-economisch conflict uit de jaren '30:
1. Concurrentiestrijd: De gevestigde schoenmakers voelen zich bedreigd door marktkooplieden die niet alleen goederen verkopen (nopjesrubber), maar deze ook direct op de markt onder de schoenen plakken (repareren).
2. Juridisch argument: Er wordt onderscheid gemaakt tussen de verkoopfunctie van de markt (toegestaan) en de werkplaatsfunctie (niet toegestaan volgens een eerder besluit).
3. Kwaliteit en Vakkennis: Mevrouw Zegger-Tucker voert aan dat consumenten recht hebben op vakkundig werk, waarbij zij suggereert dat marktarbeid minderwaardig is aan die van een gediplomeerde winkelier.
4. Marktwezen versus Middenstand: De Directeur van het Marktwezen verdedigt de kooplui door te wijzen op hun vakkundigheid (lidmaatschap van de Centrale van leerhandelaren) en de realiteit van de marktkosten. Hij waarschuwt dat het verdrijven van kooplui naar kelders de concurrentie juist kan vergroten. De vermelding van het "crisisverschynsel" door de heer Van Wynen plaatst dit document midden in de Grote Depressie. Vanwege de wijdverspreide armoede waren consumenten genoodzaakt om op zoek te gaan naar de goedkoopste oplossingen voor het onderhoud van hun kleding en schoeisel. "Nopjesrubber" was een goedkoop alternatief voor leren zolen. Het Amsteldveld in Amsterdam was (en is) een bekende marktlocatie waar dergelijke handel plaatsvond. De discussie raakt aan de bredere thematiek van de Middenstandswetgeving, waarbij getracht werd de traditionele middenstander te beschermen tegen nieuwe, vaak lossere vormen van handel die als "oneerlijk" werden ervaren vanwege lagere lasten en minder strenge eisen wat betreft vakkennis en huisvesting.