Handgeschreven rapport/notitie van een marktambtenaar.
Origineel
Handgeschreven rapport/notitie van een marktambtenaar. November 1944. November 1944
Hermina Catharina Bekker, gehuwd met
Herman Schimmel = geb: 6 juli 1922 te
Amsterdam. Govert Flinckstraat 278 I
Amsterdam-Zuid.
Haar man is wegens diefstal
gedetineerd. Zij verkocht losse sigaretten
op den openbaren weg, en had juist de
laatste verkocht. Wij hebben haar een ernstige
waarschuwing gegeven.
J.C. Cligge - Frans Halsstraat 65 - winkel
accoord.
C. D. T. Ruckert. 1e Jac. v. Campenstraat 22 -
winkel: accoord.
B.M. v.d. Meulen. Van Stalpaertstraat 38
winkel : accoord.
Op de markt geen bijzonders.
Slecht weer!!
De Ambtenaar Marktwegen
[Handtekening: J. v.d. M. Bekker] Dit document is een dagelijks verslag of een controle-notitie van een "Ambtenaar Marktwegen" in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het document bevat drie hoofdelementen:
1. Handhaving: De controle op Hermina Bekker. Het verkopen van "losse sigaretten" was in 1944 strikt verboden vanwege de distributiewetten en schaarste. De ambtenaar toont hier een zekere mate van clementie door haar slechts een "ernstige waarschuwing" te geven, waarbij hij als verzachtende omstandigheid noteert dat haar man gedetineerd is.
2. Winkelcontroles: De ambtenaar heeft drie winkels in de buurt van de Albert Cuypmarkt (De Pijp) gecontroleerd (Cligge, Ruckert en Van der Meulen). Deze werden "accoord" bevonden, wat waarschijnlijk betekent dat hun administratie of voorraad klopte volgens de geldende noodverordeningen.
3. Algemene observatie: De dag wordt afgesloten met de opmerking dat er op de markt niets bijzonders te melden was, behalve het slechte weer. De datum november 1944 plaatst dit document midden in de Hongerwinter. In deze periode was er in Amsterdam een extreem tekort aan voedsel, brandstof en genotsmiddelen zoals tabak. De zwarte handel bloeide, en veel mensen probeerden te overleven door kleine goederen illegaal op straat te verkopen.
De genoemde straten (Govert Flinckstraat, Frans Halsstraat, 1e Jacob van Campenstraat en Daniel Stalpaertstraat) liggen allemaal in de wijk De Pijp, direct rondom de Albert Cuypmarkt. Dat een ambtenaar in deze tijd nog controles uitvoerde en rapporteerde over de verkoop van enkele sigaretten, illustreert de voortdurende bureaucratische controle van het stadsbestuur (onder toezicht van de bezetter), maar ook de menselijke kant waarbij ambtenaren soms kozen voor een waarschuwing in plaats van arrestatie in gevallen van overduidelijke armoede. Hermina Catharina Bekker Herman Schimmel J.C. Cligge C.D.T. Ruckert B.M. v.d. Meulen.
Samenvatting
Dit document is een dagelijks verslag of een controle-notitie van een "Ambtenaar Marktwegen" in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het document bevat drie hoofdelementen:
1. Handhaving: De controle op Hermina Bekker. Het verkopen van "losse sigaretten" was in 1944 strikt verboden vanwege de distributiewetten en schaarste. De ambtenaar toont hier een zekere mate van clementie door haar slechts een "ernstige waarschuwing" te geven, waarbij hij als verzachtende omstandigheid noteert dat haar man gedetineerd is.
2. Winkelcontroles: De ambtenaar heeft drie winkels in de buurt van de Albert Cuypmarkt (De Pijp) gecontroleerd (Cligge, Ruckert en Van der Meulen). Deze werden "accoord" bevonden, wat waarschijnlijk betekent dat hun administratie of voorraad klopte volgens de geldende noodverordeningen.
3. Algemene observatie: De dag wordt afgesloten met de opmerking dat er op de markt niets bijzonders te melden was, behalve het slechte weer.
Historische Context
De datum november 1944 plaatst dit document midden in de Hongerwinter. In deze periode was er in Amsterdam een extreem tekort aan voedsel, brandstof en genotsmiddelen zoals tabak. De zwarte handel bloeide, en veel mensen probeerden te overleven door kleine goederen illegaal op straat te verkopen.
De genoemde straten (Govert Flinckstraat, Frans Halsstraat, 1e Jacob van Campenstraat en Daniel Stalpaertstraat) liggen allemaal in de wijk De Pijp, direct rondom de Albert Cuypmarkt. Dat een ambtenaar in deze tijd nog controles uitvoerde en rapporteerde over de verkoop van enkele sigaretten, illustreert de voortdurende bureaucratische controle van het stadsbestuur (onder toezicht van de bezetter), maar ook de menselijke kant waarbij ambtenaren soms kozen voor een waarschuwing in plaats van arrestatie in gevallen van overduidelijke armoede.