Politierapport / Proces-verbaal.
Origineel
Politierapport / Proces-verbaal. 4 oktober 1944. Noot: Doorgehaalde woorden zijn weergegeven met een streep. Afkortingen en spelling zijn getrouw overgenomen.
[In de linkerbovenhoek geschreven:] Muurhuizen(?)
Rapport
~~Dinsdag~~ Op Woensdag 4/10 1944 hebben ondergetekenden op de Haarl. weg nabij de uitweg twee personen staande gehouden, die ieder een rijwiel bereden. op iedere fiets bevonden zich twee zakken met wortelen. Deze personen zijn genaamd:
Johannes Jacobus Zwebe, geb 10/3 1919. wonende N. Houtstraat 10 III.
Antoni van Gulden, geb. 10/12 1919, wonende Hoofdweg.
In de zakken, die zij met zich voerden bevonden zich totaal ± 200 bos wortelen. Wij hebben deze wortelen in beslag genomen en over gedragen aan Ambtenaren van de C.C.D. die voor vervoer naar de Veiling zouden zorgdragen.
Voorts hebben wij nog staande gehouden:
Pieter Teunis Kuyper, geb. 7/5 1906, wonende Borgerstraat 107 I, die op een fiets een zak vervoerde, inhoudende ± 25 stuks groene kool. Ook deze groene kool hebben wij in beslag genomen.
Zij nog vermeld, dat wij op de Haarl. weg en op de Sloteweg eenige tijd de aldaar plaats vindende controle hebben gadegeslagen, waarbij het ons is opgevallen, dat de ambtenaren van de C.C.D. wel aardappelen in beslag nemen, doch dat zij wat betreft
[Einde pagina] Het document is een handgeschreven rapport van een aanhouding en inbeslagname. De tekst is zakelijk en feitelijk van aard.
1. Aanhouding 1: Twee mannen (Zwebe en Van Gulden, beiden 25 jaar oud) vervoerden een aanzienlijke hoeveelheid wortelen (200 bos) op hun fietsen.
2. Aanhouding 2: Een derde man (Kuyper, 38 jaar oud) werd betrapt met 25 stuks groene kool.
3. Observatie: De rapporteurs uiten aan het eind een kritische noot over de werkwijze van de C.C.D.-ambtenaren. Er lijkt een inconsistentie te zijn in wat er wel en niet in beslag wordt genomen (aardappelen wel, maar andere producten blijkbaar minder strikt), hoewel de zin onderaan de pagina wordt afgebroken.
4. Topografie: De genoemde straten (Nieuwe Houtstraat, Hoofdweg, Borgerstraat) en de Haarlemmerweg duiden op Amsterdamse verdachten die voedsel haalden uit de polders ten westen van de stad. Dit rapport is geschreven in oktober 1944, het begin van de Hongerwinter in het bezette West-Nederland. Na de geallieerde nederlaag bij Arnhem (september 1944) en de daaropvolgende spoorwegstaking, ontstonden er acute voedseltekorten in de steden.
Veel burgers ondernamen "hongertochten" naar het platteland om bij boeren eten te kopen of te ruilen. De Duitse bezetter en de Centrale Crisis Dienst (C.C.D.) controleerden streng op het "zwart" vervoeren van voedsel. Hoewel 200 bos wortelen een grote hoeveelheid is (mogelijk voor de zwarte handel), werden ook kleinere hoeveelheden voor eigen gebruik vaak onverbiddelijk in beslag genomen. Het document illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd en de repressie door controlerende instanties in deze wanhopige periode.