Handgeschreven ambtelijke rapportage / proces-verbaal.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke rapportage / proces-verbaal. [Linksboven, diagonaal geschreven:]
Ingekomen [?]
Den Heer Inspecteur Marktwezen
Op Donderdag 26 October '44 heb ik
blijkens het mij ter inzage gegeven persoonsbewijs
Geertje Helebrugh geb. den 22 April 1923 te Am-
sterdam, wonende Spaarndammerdijk 39, bekent
wegens overtreding van Art 345 der Alg. Pol. Verorde-
ning en als verdachte van prijsopdrijving overge-
bracht naar het Politiebureau aan de Stadhou-
derskade. De Wachtcommandant heeft mij
Vrijdag 27 Oct '44 medegedeeld dat de rechercheurs
van den Economischen Dienst van de Politie
de pakjes visch die af f 1.00 per pakje werden verkocht
in beslag hebben genomen en tegen bovengenoemde
G. Helebrugh proces-verbaal hebben opgemaakt
wegens verkoop boven den vastgestelden prijs.
[Linksonder, met paraaf:]
Gezien
30-10-'44
[paraaf]
[Rechtsonder:]
Amsterdam, 27 October 1944
[Handtekening, mogelijk A. Rey] Het document is een rapportage over de aanhouding van de 21-jarige Geertje Helebrugh op 26 oktober 1944. Zij werd ervan verdacht vis te verkopen tegen een te hoge prijs (één gulden per pakje), wat werd aangemerkt als prijsopdrijving. De verbalisant bracht haar over naar het politiebureau aan de Stadshouderskade. De Economische Dienst van de politie nam de handelswaren in beslag en stelde een proces-verbaal op wegens overtreding van artikel 345 van de Algemene Politieverordening (APV), die in oorlogstijd strikt werd gehandhaafd om de zwarte markt en prijsstijgingen te beheersen. Dit document stamt uit een kritieke fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland: de herfst van 1944. Na de spoorwegstaking en de blokkades door de bezetter ontstond er een enorme schaarste aan voedsel, wat leidde tot de beruchte Hongerwinter. Prijzen voor basisbehoeften schoten op de zwarte markt omhoog. De overheid (zowel de Nederlandse politie als de bezettingsautoriteiten) probeerde via de Economische Opsporingsdienst (EOD) en het Marktwezen grip te houden op de distributie en maximumprijzen. Wat nu een klein bedrag lijkt (1 gulden voor een pakje vis), werd destijds als een ernstige economische overtreding gezien in de strijd tegen de 'sluikhandel'. De genoemde locatie, het politiebureau aan de Stadshouderskade, was destijds een belangrijk centrum voor politiële activiteiten in Amsterdam.
Samenvatting
Het document is een rapportage over de aanhouding van de 21-jarige Geertje Helebrugh op 26 oktober 1944. Zij werd ervan verdacht vis te verkopen tegen een te hoge prijs (één gulden per pakje), wat werd aangemerkt als prijsopdrijving. De verbalisant bracht haar over naar het politiebureau aan de Stadshouderskade. De Economische Dienst van de politie nam de handelswaren in beslag en stelde een proces-verbaal op wegens overtreding van artikel 345 van de Algemene Politieverordening (APV), die in oorlogstijd strikt werd gehandhaafd om de zwarte markt en prijsstijgingen te beheersen.
Historische Context
Dit document stamt uit een kritieke fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland: de herfst van 1944. Na de spoorwegstaking en de blokkades door de bezetter ontstond er een enorme schaarste aan voedsel, wat leidde tot de beruchte Hongerwinter. Prijzen voor basisbehoeften schoten op de zwarte markt omhoog. De overheid (zowel de Nederlandse politie als de bezettingsautoriteiten) probeerde via de Economische Opsporingsdienst (EOD) en het Marktwezen grip te houden op de distributie en maximumprijzen. Wat nu een klein bedrag lijkt (1 gulden voor een pakje vis), werd destijds als een ernstige economische overtreding gezien in de strijd tegen de 'sluikhandel'. De genoemde locatie, het politiebureau aan de Stadshouderskade, was destijds een belangrijk centrum voor politiële activiteiten in Amsterdam.